Paul is raadslid en was
eerder wethouder,
lijsttrekker en fractievoorzitter in HaarlemDenijs van Hullelaan 30
2015 GN Haarlem
023 – 524 10 28
25 mei 2010Minister Huizinga van VROM heeft vorige week de vloer aangeveegd met het plan van Landal Greenparks om bij het fort benoorden Spaarndam een bungalowpark te bouwen. Maar een dag later al maakte het daarvoor verantwoordelijke recreatieschap Spaarnwoude bij monde van Gedeputeerde Rob Meerhof, die voorzitter is van het recreatieschap, bekend dat men er toch gewoon mee doorging.
Dat riep verbazing op bij D66 in de Haarlemse gemeenteraad. Paul Marselje: “Vreemd, want zo’n belangrijk voornemen, dat zo prominent wordt neergesabeld, zou je toch echt eerst in het bestuur moeten bespreken voor je een besluit neemt en daarmee naar buiten komt. Dat is niet gebeurd. Meerhof is echt buiten zijn boekje gegaan.”
Marselje sprak er wethouder Rob van Doorn op aan in de commissie Beheer van afgelopen donderdag. De Haarlemse wethouder zit in het algemeen bestuur van het recreatieschap. D66 vroeg hem om deze handelswijze daar kritisch aan de orde te stellen. Marselje voegde er aan toe dat het plan slecht was voor ecologie, landschap, verkeer en monumentenwaarde. Het fort benoorden Spaarndam maakt deel uit van de stelling van Amsterdam dat op de werelderfgoedlijst staat.
Van Doorn zegde Marselje toe het aan de orde te zullen stellen en dat, als de algemene bestuursvergadering nog lang op zich zou laten wachten, hij zou vragen om vervroeging van die vergadering. Een inhoudelijk oordeel hield hij nog voor zich.
Reizigersvereniging
Rover zegt op te komen voor mensen die het Openbaar Vervoer gebruiken. Maar
toen busmaatschappij Connexxion voorstelde een belangrijk deel van de route van
lijn 4 te schrappen adviseerde men vaag zonder iemand van de betrokkenen (zeg
maar gerust gedupeerden) iets te vragen. Wie vertegenwoordigen ze dan eigenlijk
en welk gezag heeft hun advies dan nog? Geen enkel natuurlijk.
Enkele jaren geleden heb ik met succes actie gevoerd tegen het schrappen van dit deel van de route. Met grote verbijstering las ik daarom de ingezonden brief ‘Bus Ramplaankwartier’ in HD op 23 februari, een brief van wat zich de ‘Stichting Ramplaankwartier Duurzaam Veilig’ noemt. Gelet op de ondertekening gaat het om personen uit dezelfde groep die zich al eerder verzette tegen goed openbaar vervoer en dus juist heel erg weinig opheeft met duurzaamheid. Een zeer oneigenlijke stichtingsnaam. En gelet op de ondertekening behoren die personen tot de zeer beperkte groep Ramplaan-noord-bewoners, die ook enige tijd geleden al probeerde de bus voor hun huis weg te krijgen ten koste van een goede busverbinding voor alle twee en een half duizend Ramplaankwartier inwoners.
Zij namen het destijds bij hun verzet uit eigenbelang ook
toen al niet zo nauw met de feiten en dat is ook nu weer het geval. Dat zij van
enige opwinding over het wegvallen van de haltes van lijn 4 niets hebben
gemerkt is niet vreemd. Waar waren ze toen dit deze maand in een volle zaal van
de Blinkert werd besproken door de boze buurtbewoners? De opwinding was daar
algemeen. En waar zijn de metingen die aantonen dat er nu ‘steevast veel te
snel wordt gereden tot ver boven de 50 km/u’? Die metingen zijn mij onbekend en
die snelheid kan je daar ook vrijwel onmogelijk halen. Dat je er niet kan
opschieten is nu juist het argument van Connexxion om er niet graag te rijden.
En dan de opmerking dat volgens de provinciale normen 99% van het Ramplaankwartier
op meer dan redelijke afstand van een halte woont na het schrappen van de
haltes van lijn 4. Dat verhaal werd ook vorige keer al gebracht en bleek ook
toen niet te kloppen. De aanbestedingsrichtlijnen voor het openbaar vervoer van
de provincie Noord-Holland gaan uit van het streven naar een loopafstand van
400 meter voor 80% van de adressen in alle wijken van Haarlem. Zonder een
busroute door de wijk heen (en dus over de Ramplaan-noord) worden die
richtlijnen nooit gehaald of benaderd. En lijn 81 meetellen, die in de buurt
van de wijk komt (maar er niet in) is niet logisch, nog afgezien van de sociaal
onveilige haltes. Met die bus kan je immers niet naar station
Heemstede-Aerdenhout, zoals met lijn 4.
Zolang ik het Ramplaankwartier goed ken (vijfenveertig jaar)
en zolang ik er woon (vijfendertig jaar) rijden er bussen over de Ramplaan,
maar ik weet dat ze er ook al ver voor die tijd reden. Niks nieuws dus. De
frequentie mag door de jaren heen hebben gewisseld, maar ze reden er. En zolang
die bussen er al rijden klagen sommige nieuwe bewoners aan de Ramplaan erover,
alsof ze niet wisten of hadden kunnen weten voor ze hun huis kochten, dat er
bussen reden. “Niet langs mijn voortuin!” roepen ze luid.
Als je gaat wonen langs een busroute die er al vrijwel sinds mensenheugenis
ligt, dan heb je een bewuste keus gemaakt. Als die bus je niet bevalt moet je
er niet gaan wonen. Het Ramplaankwartier verdient een goede busverbinding. Dat
is pas een bijdrage aan duurzaamheid. Eigenbelang hoort daaraan ondergeschikt
te zijn. Noem die stichting voortaan dus maar ‘Stichting eigenbelang
Ramplaan-noord’
Raadslid D66, oud-wijkraadsvoorzitter Ramplaankwartier en
oud-wethouder verkeer en vervoer
Nee, we komen niet aan het groen. Die
holle frase hebben we van andere partijen tijdens verkiezingscampagne al jaren
gehoord. Maar als het puntje bij het paaltje kwam werd er door sommige van die
partijen toch gewoon weer gebouwd op groen of op sportvelden. Ook nu lijken de
partijen het eens over het groen. Maar… nog maar net wees de raad een door
PvdA-wethouders opgesteld groenstructuurplan af, omdat het meer een
woningbouwplan was. Dat kon niet vlak voor de verkiezingen. De
PvdA-raadskandidaten roepen verder dat er in de komende vier jaar 5.000 extra
woningen bij moeten komen. Als je ze vraagt waar dat kan, dan blijven ze het
antwoord steeds schuldig.
Als argument voor die bouwwoede zeggen ze altijd dat ook de kinderen van Haarlemmers in Haarlem moeten kunnen wonen. Een drogreden, want dat is met extra nieuwbouw de laatste decennia in Haarlem nooit echt gelukt. Die kinderen kunnen de nieuwe huizen immers meestal niet betalen, dus bouw je ze voor yuppen uit Amsterdam. Daarnaast zegt de PvdA, dat zij het de woningzoekenden gunnen om in een stad met de kwaliteit van Haarlem te wonen, terwijl je met al die woningen de stad juist ontdoet van z’n kwaliteit, die kwaliteit kapot bouwt.
Wat mij verder stoort is het beperkte denken dat hieraan ten grondslag ligt. Buiten de eigen gemeentegrenzen houdt de wereld schijnbaar op. Maar dat is natuurlijk niet zo. Haarlem is onderdeel van een grote stadsregio. En datzelfde Haarlem is de meest dichtbebouwde en groenarme gemeente van Nederland daarbinnen. Volkshuisvestingsproblemen kan je alleen oplossen op regionaal en niet op gemeentelijk niveau. Dat zal waarschijnlijk ook milieuvriendelijker zijn. Er is immers verhoudingsgewijs niet zoveel werkgelegenheid in Haarlem. De meeste Haarlemmers werken buiten de stad, of zelfs buiten de regio. Als Haarlem geen plek biedt zullen ze mogelijk een woning wat dichter bij hun werk zoeken.
Al jarenlang erger ik mij aan een aantal Haarlemse straatnaambordjes.
Ze zijn lelijk, kapot of onleesbaar. Verkeerde zuinigheid en een gebrek aan
gevoel voor kwaliteit in onze openbare ruimte waren waarschijnlijk de oorzaak.
Kromgetrokken en vervaalde plastic exemplaren op een stukje hechthout ontsieren
nog steeds menige straat.
Verwulft, afdeling 2
Maar ik geniet ook al jaren van veel andere Haarlemse straatnaambordjes in het
centrum en delen van Haarlem-west, -zuid en -noord, zoals op het Verwulft, de
Grote Markt en in de Nassaustraat, de van Nesstraat en de Oosterhoutlaan. De
fraaie gietijzeren of geëmailleerde exemplaren geven aan hoe in het verleden
met veel meer aandacht en zorg over onze woonomgeving werd gedacht. Kloeke
letters in een fraai verband vertellen je onmiskenbaar waar je bent, in afdeling
2 van de Spaarnestad aan het Verwulft bijvoorbeeld. Je kan het verleden wel in
een museum verstoppen, maar hier is het gewoon nog waar het hoort, te weten in
onze mooie historische binnenstad, waar iedereen er van kan genieten.
Eenheidsworst ten
koste van cultuurhistorisch erfgoed
De gemeente had iemand ingehuurd om een einde te maken aan de onverschilligheid
waarmee in latere jaren met de straatnamen is omgegaan. Arjan Karssen heet de
man. Hij had vast veel verstand van letters en kleuren, maar hij begreep weinig
van cultuurhistorisch erfgoed en de ziel van de Haarlemmer. "Je moet de
moed hebben één lijn te trekken, zeker in de binnenstad;" roept hij in
Haarlems Dagblad van 15 januari. Met andere woorden: naar de schroothoop met al
die mooie bordjes van gietijzer en van emaille.
Oude bordjes moeten
Arjan Karssen overleven
Die historische bordjes hebben veel meer dan een eeuw standgehouden, wat je van
alle exemplaren van na hen niet kan zeggen. Wat mij betreft overleven ze ook de
bordjes van Arjan Karssen, want ze mogen natuurlijk nooit van hun plaats worden
verwijderd. Die historische bordjes moeten blijven en wel precies waar ze nu
zitten, zoals aan het Verwulft in afdeling 2 van ons mooie centrum. Inmiddels
hebben, mede door de van hieruit gestuurde publicaties ontstane druk,
Burgemeester en Wethouders besloten dan gietijzer, gietijzer blijft en afdeling
2, afdeling 2. Dank daarvoor.
Spaarndam heeft een eigen gezicht
Je moet je verder niet voorstellen dat in het beschermde dorpsgezicht Spaarndam
alle fraaie witte bordjes door Haarlems blauw zouden worden vervangen. Zolang
er daar straatnaamborden zijn, zijn die al geëmailleerd en wit. Rustig zitten
laten zou ik zo zeggen, want anders wordt ik heel boos.
Hoe heet de
Denijs/Denys van Hullelaan nou echt?
Het officiële Haarlems straatnamenregister geeft soms een andere spelling als
langzamerhand algemeen gebruik is in telefoongidsen en in navigatieapparatuur.
Als er nu toch wat gebeurd, doe daar dan gelijk iets aan. Voorbeeld: Overal
wordt Denijs van Hullelaan gespeld met een ypsilon in plaats van een lange
'ij'. Maar op de straatnaambordjes staat die lange 'ij'. Maak keuzes. Gebruik
gewoon de goede naam. Het is overigens Denys, dus zijn er minstens twee
naamborden fout in Haarlem.
Verkoop of veil die
oude bordjes
Uiteindelijk zullen tenminste de lelijke bordjes worden vervangen. Ideetje:
veil of verkoop die oude bordjes. Dat kan best nog wat geld opleveren denk ik.
En het is ook veel leuker dan ze gewoon weggooien.
Maar vooral: laat die
mooie historische bordjes zitten!
Vreemd , een 1 aprilgrap of serieus? Op de gedenkwaardige
dag, dat iedereen de kans loopt flink gefopt te worden, stond in 2007 het
complete college van van Bloemendaal klaar om paraplu's uit te delen aan
vijftien inwoners van het Haarlemse Ramplaankwartier. Die waren er in gevlogen,
of toch niet?
Twee dagen eerder liet B&W van Bloemendaal huis-aan-huis een brief
verspreiden in het Ramplaankwartier, met de vraag of ze niet liever weer bij
Bloemendaal wilden horen (de wijk werd in 1927 door Haarlem geannexeerd). Er
stond nogal wat onzin in, de toon was grof en de feiten waren misleidend. Zo
zegde men toe niet in het groen rond de wijk te willen bouwen, maar vertelde er
niet bij, dat men er een brede asfaltbaan doorheen wil laten lopen.
Maar vreemder nog is dat de Bloemendaalse raad hier niets van wist. De kansloze
actie is slecht voor de verhouding met buurgemeente Haarlem en dus zal dit
muisje voor of achter de schermen nog wel een staartje hebben.
Haarlems Dagblad kopte een dag later dat de inwoners van de wijk positief
stonden tegenover het voorstel. Het was beter geweest te koppen dat er
nauwelijks reactie (15 stuks) uit het Ramplaankwartier, met z'n 2500 inwoners
was gekomen.
Sommige discussies komen steeds weer terug, met iedere nieuwe generatie politici. De Haarlemse politiek lijkt al decennia gevangen in een piramidespel. Ontwikkelingen van vandaag worden betaald met de plannen van morgen. Niemand wil zo nu en dan z’n verlies nemen, als kwaliteit van leven in de Spaarnestad dat vereist. En dan wordt het geld ook nog meestal besteed aan nieuwe zaken in plaats van het broodnodige onderhoud. Het niet-bebouwen van de Verenigde Polders zestien jaar geleden (een actie van D66) heeft de gemeente inkomsten gescheeld en dat wordt D66 nog steeds nagedragen, maar de democraten hebben er geen centje spijt van. Schalkwijk verdient zijn eigen volwassen groenstructuur.
En er is nog een tweede piramidespel: we moeten bouwen voor
de woningbehoefte van onze eigen Haarlemmers. Iedereen die rekent weet dat we
hoogstens een kleine minderheid van de vragers kunnen bedienen, zelfs als we de
laatste open gebieden zouden mogen benutten voor die vraag. En als we al
woningen bouwen op uitbreidingslocaties, dan blijken er zelden of nooit
Haarlemmers te gaan wonen, daarvoor zijn de woningen schijnbaar te kostbaar.
Dit onderwerp veranderd nooit. Geloof me, het zou doorgaan tot Haarlem over een
eeuw of wat tot twaalf hoog is volgestouwd en hoger. Ook dit is een
piramidespel, dat nooit tot stilstand hoeft te komen als de politiek maar
blijft meegaan.
Nou zijn die behoeftecijfers meestal niet betrouwbaar. Zo
laten de meeste vragers een huis achter, maar tellen wel mee in de behoefte. Er
slapen niet veel mensen onder de Haarlemse bruggen, maar toch moeten veel
Haarlemmers wel erg lang op een woning moeten wachten, onredelijk lang. Er moet
dus wel aan gewerkt worden. Maar hoe dan?
Haarlem kent met Den Haag en Leiden het meest dichtbebouwde
stedelijke gebied van Nederland en is de gemeente met relatief het minste openbare
of openbaar toegankelijke groen binnen het stedelijk gebied. Natuurlijk, rond
de stad ligt een groene schoonheid van ongekend niveau, maar als inwoner heb je
ook de behoefte in je directe omgeving wat groen te vinden, gewoon om een
ommetje te maken, op een bankje te gaan zitten, of alleen maar om te beleven
dat je niet in een volledig versteende omgeving woont. Daar moet je niet voor
in de auto hoeven springen, of een tijd voor te fietsen. Talloze wijken in
Haarlem-noord, -oost en -west kennen dat groen binnen of bij de versteende
omgeving niet of nauwelijks.
Haarlem is onderdeel van een regio, van een deel van de Randstad-noordvleugel en van de Randstad als geheel. Alleen kunnen wij onze woningbehoefte nooit en te nimmer aan, dat is een vraag die in breder verband een antwoord verdient. Natuurlijk, binnen het bebouwde gebied moeten we naar optimale verdichting zoeken. Dat mag en kan, zolang het maar niet ten koste gaat van het groen en de kwaliteit van bestaan in onze Haarlemse samenleving. We zijn er immers voor onze inwoners en niet voor megalomane dromen en piramidespellen. Vooral nu het financieel slecht gaat met de gemeente is waakzaamheid geboden. De kortetermijnwinst die sommige politici door te bouwen willen opstrijken, kan langetermijnverlies betekenen voor de Spaarnestad. Bouwen is immers een onomkeerbaar proces, we kunnen de laatste groenkwaliteit maar één keer verliezen.
Kustverkeer hoort niet in RamplaankwartierDe Ramplaan en Rollandslaan zijn wijkontsluitingswegen, waar
doorgaand verkeer geen plek hoort te hebben. De gemeente Bloemendaal doet er
alles aan om kustverkeer uit de eigen gemeente weg te pesten, door bijvoorbeeld
de afsluiting van de route Spoorlaan-Tetterodeweg een paar jaar geleden. Het
verkeer kon via deze route rechtstreeks van de Zeeweg via de AH Overveen naar
de Zijlweg. En door een flessenhals aan te brengen in de Zijlweg werd het er
ook niet beter op. Die laatste plek kende weliswaar een hoog
onveiligheidsgevoel, maar een zeer lage ongevallenstatistiek. Iedereen was daar
altijd op zijn hoede. Er was dus geen noodzaak toe.
Bekend is het plan van Bloemendaal om een weg langs de Brouwersvaart naar de
Randweg aan te leggen, door het Westelijk Tuinbouwgebied. Op politiek en vooral
ambtelijk niveau wordt daar driftig voor gelobbyd. Het was daardoor 'per
ongeluk' en sluipenderwijs in het conceptverkeers- en vervoersplan van Haarlem
gekomen. D66 was gelukkig op zijn hoede en het is er uitgehaald.
Omdat we nu eenmaal alleen wat te zeggen hebben in onze eigen gemeente, zullen
we het (voorlopig) binnen onze gemeente moeten oplossen. De route door het
Ramplaankwartier dient onaantrekkelijk te zijn voor doorrijders. Te denken valt
aan maatregelen zoals visuele versmallingen, drempels en inritconstructies aan
het begin van de Ramplaan (zoals bij de Hospeslaan). Door daar een
inritconstructie aan te brengen oogt die afslag niet alleen onaantrekkelijker,
maar heeft ook alle overstekend verkeer voorrang, inclusief voetgangers dus.
Er kan in elk geval een drempel worden aangelegd iets van de Korte Zijlweg verwijderd
op de Ramplaan, als Bloemendaal niet wil mee werken aan die inritconstructie.
Want ja, ook die plek voor de inritconstructie ligt weer net in Bloemendaal.
Die drempel wordt dan verend. Een zware wagen (bus, vrachtauto) drukt de
drempel naar beneden, waardoor dat verkeer niet voor extreme trillingen in de
huizen zorgt. Maar eigenlijk willen we ook alle vrachtverkeer, dat niet in de
wijk hoeft te zijn van de Ramplaan af, dus die inritconstructie blijft veel
beter.
Mocht dit alles niet helpen dan moet met onze wijk worden gesproken. Is het
aanvaardbaar voor de bewoners om op drukke stranddagen aan het eind van de
Ramplaan een dynamische afsluiting te maken (een paaltje dat uit de grond rijst
zoals in de binnenstad). De bus kan die paal beïnvloeden, het overige verkeer
niet. Voor sommige inwoners betekent dat ze zo nu en dan zullen moeten
omrijden. Maar zover is het nog niet en een dergelijke maatregel moet er alleen
komen als de wijk daarmee instemt.
De kneep zit hem natuurlijk vooral in de beperkte regionalisering van dit
probleem. Gemeentegrenzen lopen op soms wel zeer willekeurige plekken door de
agglomeratie van Groot-Haarlem. Via de provincie proberen we overleg te
stimuleren om dat lokale en in zichzelf gekeerde egoïsme te overstijgen. De
provincie werkt inmiddels aan een bereikbaarheidsplan kust en investeert daar
geld in. Dat geld gaat voorlopig vooral in busbanen zitten en plannen voor een
soort toeritdosering van auto´s voordat men Haarlem binnen mag op drukke
stranddagen. Niet slecht, maar daar heeft het Ramplaankwartier nog niet veel
voordeel van.
Groen? Een vaak aangevraagde D66-verzoekplaat“Dat D66 verhaal over het groen houden van de randen van
Haarlem is wel een grijsgedraaide plaat, meneer Marselje” schamperde
PvdA-lijsttrekker Stan Katee tijdens een verkiezingsdebat in 2006. Maar het is
nu eenmaal de schuld van dezelfde PvdA dat die plaat maar steeds weer gedraaid
moet worden. Steeds opnieuw kwamen er plannen voor bouwen in het laatste groen
van onze Spaarnestad, de meest dicht bebouwde gemeente van Nederland. Noem het
dus maar een door de PvdA vaak aangevraagde D66-verzoekplaat.
En die plaat werd zeker niet alleen door de PvdA
aangevraagd. Alle andere partijen wilden of willen het laatste groen van
Haarlem wel opofferen aan het bouwen. Zelfs GroenLinks maakte tijdens datzelfde
debat bekend dat men een groenplan voor Haarlem wil opstellen om te kijken welk
groen waardevol is en welk groen 'een andere bestemming kan krijgen...'. Het is
misschien leuk om te weten voor GroenLinks dat op initiatief van twee
D66-wethouders door de gemeente allang een prima groenstructuurplan gemaakt is.
Wie dat bekijkt ziet direct welke grote groentekorten er in veel wijken van
Haarlem zijn.
Nog in 2005 stelde PvdA-wethouder Mimi Rietdijk voor om een studie te doen naar
‘rood voor groen’ in het Westelijk Tuinbouwgebied. Dat betekende een studie
naar woningbouw in het gebied tussen de Brouwersvaart en de Zijlweg, het enige
op loopafstand gelegen groen voor veel inwoners van de versteende Leidse buurt
en Zijlweg-oost. D66 heeft toen harde woorden gesproken tegen de
coalitiepartner. Wij zagen geen toekomst meer voor een college die dergelijke
voorstellen zou handhaven. De plannen gingen van tafel.
Ook in het nieuwe concept-structuurplan werd aan groen geknabbeld. Een strook
van de recreatieplas in de Veerpolder met het strand er langs werd opgeofferd
aan (hoge) bouwplannen. Dat zullen de bewoners van het groenloze Haarlem-oost
niet vergeten zijn denk ik. D66 vond dat niet aanvaardbaar en heeft gezorgd dat
dit onzalige idee van tafel ging.
Misschien was ik nog wel het meest verbaasd over de opmerking van de nummer
drie van de socialisten, Marjan Zoon tijdens een ander debat in 2006: “Als er
ergens een ouwe rotboom staat, mag daar van mij gebouwd worden!” Mijn antwoord
was simpel: “En dan wil D66 dat daar een gezonde boom geplant wordt.”
Maar in verkiezingstijd belooft zelfs de PvdA het groen houden van de randen,
iets wat vier jaar eerder ook door de socialisten werd beloofd in het
coalitieakkoord. Laten we hopen dat ze in deze dit keer wel woord houden. De
bewoners van Haarlem-oost, de Leidse buurt en Zijlweg-oost zullen ze er
dankbaar voor zijn. Wij hebben er in elk geval de afgelopen vier jaar voor gezorgd.
Ik hoop dat we dat ook de komende vier jaar weer mogen doen en daar genoeg
stemmen voor krijgen.
Haarlemse koren boos op het college, maar blij met D66De zaal zat vol insprekers en op de gang stonden nog
tientallen, die er niet in konden. Een ongewoon beeld voor de commissie Cultuur
van Haarlem. Toen men weer naar buiten ging kreeg D66 een luid applaus. De raad
had het voorstel van D66 gevolgd om de nieuwe subsidieverordening amateurkunst
uit de inspraakprocedure te halen, omdat niet aan minimale voorwaarden voor
kwaliteit was voldaan en afspraken met de raad niet waren nagekomen. Steeds
vaker leek GroenLinks-wethouder Ruud Grondel de plank mis te slaan. Het
Amsterdamse talent van vier jaar daarvoor was verbleekt na de UPC -affaire, de
mislukte verkoop van schilderijen uit het Frans halsmuseum en zo nog wat andere
zaken.
Amateurkunst moet speelruimte houden. Maareen nieuwe
cultuurnota bood aanvankelijk niet veel aandacht aan de amateurkunstbeoefening.
Geld moest voortaan uit het cultuurstimuleringsfonds komen en de bedragen die
ervoor stonden gingen daar in. Maar voor de besteding van dat geld waren geen
criteria en een echt beleid voor amateurkunst was niet geformuleerd. Samen met
andere partijen heb ik in november 2005 namens D66 van het college geëist dat
er beleid en criteria zouden komen, nog voor de eerste subsidiecent was
toegekend. Het college bleek zich daar nu niet aan te hebben gehouden.
Een belangrijk deel van de 2000 Haarlemse koorzangers was boos over die nieuwe subsidieverordening amateurkunst, omdat koren voortaan met een vast bedrag per lid zouden worden gesubsidieerd. Dat lijkt redelijk en eenvoudig, maar is dat zeker niet. De overhead is per koor immers vergelijkbaar. Ieder koor heeft repetitieruimte nodig en een dirigent? Ook het totaalbedrag voor koormuziek leek sterk te worden beperkt, terwijl het college aan de andere kant toegaf dat er geld beschikbaar zou moeten komen voor cultuurparticipatie. Minder subsidie voor koren betekent echter een forse contributieverhoging en daardoor het verlies van minder draagkrachtige leden.
![]()
D66-fractievergaderingen zijn bijna altijd openbaar, dus kom gewoon eens langs op maandagavond om 20:00 uur in het stadhuis (ingang Prinsenhof).
Een heel zeldzame keer wordt er afgelast, de begintijd verandert of op een ander locatie vergadert. Eerst dus altijd even bellen of mailen met Fedde Reeskamp 023 - 551 68 15 / fedde@reeskamp.nl
![]()
.