Paul Marselje
Denijs van Hullelaan 30 2015 GN Haarlem HOLLAND 023 – 524 10 28 06 – 10 66 73 84 ● home ● CD ‘Daar woon je’:
teksten met akkoorden ● Spoor 3a: teksten met akkoorden Daar woon je
19 liedjes met
Haarlem op de voor- of achtergrond (2005)
Spoor 3a
12 luisterliedjes
Philips LP (1973)
nu op CD
|
CD ‘Daar woon je’
– de teksten
19 liedjes met
Haarlem en omgeving als onderwerp of achtergrond
|
1.
Daar woon je
muziek en tekst: Paul Marselje, Haarlem,
Paul Krugerstraat, 1973 BUMA/STEMRA Voor
Jeanette Als je verliefd wordt op een Haarlemse wordt je dat ook op Haarlem |
refrein: Je weet dat ik graag naar Haarlem ga Want daar woon je Je weet dat ik graag aan het Spaarne sta Want daar woon je 1. Je weet, dat ik graag door Haarlem dwaal Al waait de herfst al z'n oude bomen kaal Zelfs als regen de dag vergrauwt De donk're hemel je benauwt Dan vind ik Haarlem nog steeds mooi Want daar woon jij refrein: Je weet dat ik graag naar Haarlem ga Want daar woon je Je weet dat ik graag aan het Spaarne sta Want daar woon je 2. Ied're dag in
je stad vliegt snel voorbij In augustus, oktober, februari of mei Als jouw poorten maar open gaan Wat kan mij daar dan tegen staan? Dan vind ik Haarlem nog steeds mooi Want daar woon jij refrein: Je weet dat ik graag naar Haarlem ga Want daar woon je Je weet dat ik graag aan het Spaarne sta Want daar woon je 3. Als we samen lachen
in een bruin café En de tijd brengt nieuwe vrienden mee Dan vertel ik je honderduit Van 'er was eens' tot 't besluit Dan vind ik Haarlem nog steeds mooi Want daar woon jij Want daar woon jij |
2.
M'n vader woonde toen in Heemstede
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier, 3 mei 1992, 13.30u BUMA/STEMRA Eerste uitvoering in restaurant
Groenendaal te Heemstede 3-5-92, bij de vijf en zeventigste verjaardag van
de weduwe van Rappard Mijn vader groeide op in een dorp en kon daar veel en prachtig over vertellen. |
1. M'n vader woonde toen in Heemstede en hij vertelt ervan Hij is een oude man maar z'n ogen stralen dan Een kleine jongen dwaalt door Heemstede een dorp onder de Hout Hij is er ooit getrouwd M'n vader is al oud refrein: Maar z'n verhaal is vol van zonlicht vol van kleur en avontuur En buiten is het guur Dus ik luister graag naar wat hij zegt met de zon in z'n gezicht 2. M'n vader woonde toen in Heemstede Wat er wachtte wist-ie niet van illusie en verdriet Dat lag nog in’t verschiet Hij speelde rond het Wilhelminaplein en bij Haarlem in de Hout In de Hout is het nu koud M'n vader is al oud refrein: Maar z'n verhaal is vol van zonlicht vol van kleur en avontuur En buiten is het guur Dus ik luister graag naar wat hij zegt met de zon in z'n gezicht 3. Ik ga soms kijken daar in Heemstede maar zijn dorp zie ik niet meer al schijnt de zon er weer Ik zie er veel verkeer En rijen buitenwijken voor een stad Het plein is er nog wel maar niet meer voor een spel Men rijdt er veel te snel refrein: Maar z'n verhaal is vol van zonlicht vol van kleur en avontuur En buiten is het guur Dus ik luister graag naar wat hij zegt met de zon in z’n gezicht |
3.
De Spanjaard in Haarlem (Jerusalem)
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier 22 juni 1994 cursief in couplet 1 en 2: S. Ampzing,
‘Beschrijvinge ende lof der Stad Haerlem’, 1628; cursief in couplet 4: Lennaert Nijgh,
‘Het Spaarne’, 1972 BUMA/STEMRA protestlied tegen de aanvankelijke
herontwikkelingsplannen voor het Enschedécomplex (Appelaerterrein) aan de
Haarlemse Damstraat Voor de presentatie van het boek
'Gebakken rat met Beukeblad' van Bies van Ede in herberg 'De drie broden',
aan het Spaarne in Haarlem. De zaak bestaat inmiddels niet meer onder die
naam. Eens belegerden de Spanjaarden Haarlem. Wat minder lang geleden kwam de Spaans/Baskische architect Busquets en bedreigde Haarlem opnieuw met onzinnige plannen voor de oude binnenstad. Ik gaf er mijn wethouderschap voor op. Maar al leek het beide keren op een overwinning voor de Spanjaard, alles liep beide keren toch nog goed af, al was daar wat tijd en narigheid voor nodig. |
1. Gelyk men 's Spaerens stroom door onze stad siet vlieten So sag men 't Spaensche bloed door onse stad vergieten Bij de zeven molens daar vlak buiten de
Kathrijnenbrug Buiten de Waterpoort aan ’t Spaarne
strekte Jerusalem de rug Hij wenkte met z'n wieken schepen vol met eikebast en graan Hoog op ronde stenen voet torende hij in ijd'le waan Dat hij hij tot aan het eind der dagen zou bestaan Maar de stormen kwamen, legers kwamen Vuur hoog tot de zon En Jerusalem verbrandde door wie toch niet won 2. Paerd, hond, kat, rat en muys was wild gebraet geheten Mout, raep, hennipkoek en wijngaerdblaen
daer by Ja, een gesouten huyd was spys en
leckerny Zo verging het Haarlem lang geleden bij het Spaans beleg Buiten de Waterpoort aan ’t Spaarne baande Freed'rick zich een weg Prins en Spanjaard kwamen en geen enk'le molen bleef er staan En zo handelt menig krijgsheer zetelend in ijd'le waan Dat zijn roem tot na zijn einde blijft bestaan Maar de stormen komen, legers komen Vuur hoog tot de zon Menig krijgsheer brandde door wie toch niet won 3. Ik zag de Spanjaard weer naar Haarlem komen En van een nieuw beleg van onze schoonheid dromen Hij keek er rond en droomde van een nieuwbouw in de oude stad Van acht hoog, naast d' oude Baaf, zo'n droom had hij nog nooit gehad Maar poorten gingen los, men gaf hem voor zijn droom ruim baan Hoog ivoor torent de politiek in meer dan ijd'le waan Dat zo de roem tot na het einde blijft bestaan Maar stormen komen, burgers komen Vuur hoog tot de zon Menig wethouder verbrandde door wie toch niet won 4. Gelyk men 's Spaerens stroom door onze stad siet vlieten So sag men 't Spaensche bloed door onse
stad vergieten Bij de zeven molens daar vlak buiten de
Kathrijnenbrug Buiten de Waterpoort aan’t Spaarne strekte
Jerusalem de rug Weinig molens nog aan ’t Spaarne Slechts de Eenhoorn zie je staan Van't gemaal spreekt Lennaert Nijgh mij in zijn woorden zwijgend aan Dat het Spaarne tot het einde blijft bestaan: Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt voorbij Enschedé en de taveerne De Drie Broden Slechts De Drie Broden kunnen mij naar
binnen noden Het Spaarne stroomt voorbij |
4.
Spaarndam, Spaarndam
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier, vrijdag 27 juni 1980, 14 u BUMA/STEMRA Spaarndam is een eeuwenoud dorpje, met schitterende gezichten en talloze verhalen, zoals over die jongen, die met zijn vinger in de dijk een overstroming zou hebben voorkomen. In
1971 organiseerden wat Spaarndamse kunstenaars de eerste kunstmarkten op de
Spaarndamse Kolk. Ze vroegen zanger/liedjesschrijver Paul Marselje en
journalist Hans Invernizzi om voor de muziek te zorgen. De kunstmarkten
werden vanaf dat moment een traditie en dat gold ook voor de muzikale
bijdrage van Paul Marselje. In 1980 schreef hij daarom een lied over het
palingdorp. Nog steeds is het iedere zomer meerdere malen op de
kunstmarkten te horen. Er wordt dan vaak goed meegezongen. Sinds
2008 wordt het liedje nog vaker gebruikt. Het honderdjarige Spaarndams
Gemengd Koor benoemde Paul zijn schepping tot lijflied en liet het
vierstemmig arrangeren. Vanaf dat moment werd ieder optreden er mee
begonnen. Iedere Spaarndammer hoort het uit zijn hoofd te kennen, stond er
in het dorpsorgaan. |
refrein: Spaarndam, Spaarndam Vier sluizen en wat huizen Tussen Spaarne en het IJ Spaarndam, Spaarndam Tussen heden en verleden 't Is wel oud, maar niet voorbij Als je wandelt tussen Oost en West Als je slentert langs de dijk Als je bij de Kolk je dorst weer lest Dan staat veel moois te kijk Spaarndam, Spaarndam Tussen Spaarne en het IJ 1. Of het bij Haarlem of bij Halfweg hoort 't Zal me mooi een zorg zijn Als ik maar bij de Westkolk zingen kan Voel ik geen centje pijn De huizen kijken zwijgend neer Op de muziektent en 't café Zolang ik er van zingen kan Voel ik me best tevrêe refrein: Spaarndam, Spaarndam Vier sluizen en wat huizen Tussen Spaarne en het IJ Spaarndam, Spaarndam Tussen heden en verleden 't Is wel oud, maar niet voorbij Als je wandelt tussen Oost en West Als je slentert langs de dijk Als je bij de Kolk je dorst weer lest Dan staat veel moois te kijk Spaarndam, Spaarndam Tussen Spaarne en het IJ 2. Hans Brinkers had
nooit zilv'ren schaatsen aan Hij heeft ook nooit een vloed gekeerd Met slechts één vinger in een zwakke dijk Zoals vaak wordt beweerd maar ook al is het maar een sprookje Ik deel het aan een ieder mee Zolang ik er van zingen kan Voel ik me best tevree refrein: Spaarndam, Spaarndam Vier sluizen en wat huizen Tussen Spaarne en het IJ Spaarndam, Spaarndam Tussen heden en verleden 't Is wel oud, maar niet voorbij Als je wandelt tussen Oost en West Als je slentert langs de dijk Als je bij de Kolk je dorst weer lest Dan staat veel moois te kijk Spaarndam, Spaarndam Tussen Spaarne en het IJ |
5.
Lofzang van een waanzinnige Haarlemmer (Wat is Haarlem mooi)
Muziek en tekst: Paul Marselje BUMA-STEMRA Geschreven voor de Haarlemse
D66-gemeenteraadscampagne van 1982 Als er onzinnige plannen worden gelanceerd kan je wel eens wat cynisch en ironisch reageren. |
1. Als ‘k door de
Grote Houtstraat loop en ik zie het sierplaveisel Vol kauwgum, friet en and’re troep En ik kijk 's naar de gevels Naar posters, stickers, spuitbuskunst en naar plastic monumenten Dan schreeuw ik, vol vervoering uit: Wat kan ‘k nog verder wensen? refrein: Wat is Haarlem mooi wat is Haarlem schoon Wat een stad om in te leven! Wat een paradijs, waar ik werken mag 'k Zou het nooit weg willen geven! 2. Als ‘k langs de
binnenduinrand rij En ik zie die oude gronden En‘k verbeeld me dat daar huizen staan Die 'k in plannen heb gevonden Geen uitzicht op die Bavo meer en vergeet de recreatie Geef mij maar weer een nieuwbouwwijk Zonder interval of spatie refrein: Wat is Haarlem mooi wat is Haarlem schoon Wat een stad om in te leven! Wat een paradijs, waar ik werken mag 'k Zou het nooit weg willen geven! 3. Als ik straks ooit stadwaarts keer en ik zie die oude Bavo weer ingepakt in steigers Dan zal ik denken: Dat gaat fijn zo Wordt ie eind'lijk afgebroken? Meer parkeerplaats voor m'n wagen! Dan schreeuw ik vol vervoering uit: De overwinning, die gaat
dagen! refrein: Wat is Haarlem mooi wat is Haarlem schoon Wat een stad om in te leven! Wat een paradijs, waar ik werken mag 'k Zou het nooit weg willen geven! Nooit weg willen geven! |
6.
Yvonne’s Song
van de CD Yvonne’s Song (2006)
Words:
Aidan Sharkey 24-5-1998; music: Paul Marselje 7-11-99 BUMS/STEMRA Yvonne Koldewijn was een echte Haarlemse, die jarenlang literaire initiatieven van de grond trok in de Spaarnestad. Ze kreeg er de legpenning van de gemeente voor. Haar echtgenoot Aidan Sharkey en Paul Marselje schreven Yvonne’s Song toen ze wisten dat Yvonne ging overlijden. Bij een grote literaire manifestatie in 1999 ter ere van het 25-jarig bestaan van Yvonne’s Literaire Instuif Haarlem en later bij haar crematie zong Paul het voor haar. Het is geen triest lied, maar een breekbare ode aan een grote liefde. |
1.
Yvonne, Yvonne her name is a song It floats from my lips and sings on the wind It shivers and shimmers like sun on the sea And puts very simply she’s all things to me 2. I love her, I like her my lover, my friend our love is a walk on a road with no end she’s flowers, she’s starlight she’s spring in the air and without her I know life’s not really there 3. Yvonne, Yvonne moonbeams at night Yvonne, Yvonne darkness to light Blackbirds at dusk sunrise at dawn That is the sight and the sound of Yvonne 4. Yvonne, Yvonne her name is a song It floats from my lips and sings on the wind It shivers and shimmers like sun on the sea And puts very simply she’s all things to me |
7.
Kleverpark
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier, 9 maart 1987 BUMA/STEMRA Voor bevriende leden van de
Winkeliersvereniging Kleverpark Veel steden kennen zo’n ideaal wijkje, dommelend vlak buiten de oude binnenstad. |
1. Soms woon je er je
hele leven lang Zonder te zeuren, zonder zucht Zonder te dichten op z'n schoonheid Zo'n oude buurt zonder gerucht 't Is er niet groot, niet klein, maar groot genoeg 't Is er niet nieuw, ook niet echt oud Maar als j' er woont dan wil je weten Dat je van je buurtje houdt refrein 1: Kleverpark, buiten het Bolwerk Kleverpark, vergeten wijk Zonder sensatie, maar met gratie Zonder veel rijkdom en toch rijk Het Heilig Hart waakt er verborgen Over de Deo en het park En nooit laten zij het zakken Hun Kleverpark 2. Eens Schoterveen,
Zuid Akendam genoemd Een vage polder zonder meer Kwam er een architekt voor tuinen en plantte er wat huizen neer Het wijde plein, bedoeld als trambaan eens Ligt er wat overbodig bij Ach, stel de vraag: Moet alles nuttig zijn? Nou dat hoeft echt niet van mij refrein 1: Kleverpark, buiten het Bolwerk Kleverpark, vergeten wijk Zonder sensatie, maar met gratie Zonder veel rijkdom en toch rijk Het Heilig Hart waakt er verborgen Over de Deo en het park En nooit laten zij het zakken Hun Kleverpark 3. Had u gezegd dat ik
ooit zingen zou Over een buurt als 't Kleverpark Dan had ik m'n schouders opgehaald Waarom dan wel het Kleverpark? Tweeduizend huizen en een ziekenhuis Twee kerken en een winkelstraat Maar als j' er woont, dan wil je weten Waar het jou vooral om gaat refrein 2: Kleverpark, buiten het Bolwerk Kleverpark, vergeten wijk Zonder sensatie, maar met gratie Zonder veel rijkdom en toch rijk Het Heilig Hart waakt er verborgen Over de Deo en het park En nooit laten zij het zakken Nee, nooit laten zij het zakken Hun Kleverpark |
8. Bloemendaal
muziek en tekst: Paul Marselje, Haarlem-Ramplaankwartier, maart
1989 BUMA/STEMRA Voor
het tweede lustrum van de plaatselijke politieke partij Progressief
Bloemendaal Weinig problemen daar in Bloemendaal (volgens sommigen). |
refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee 1. In heel het land
valt de zure regen De ganse
natie krijgt zo z’n zegen Als dank
voor 't tuffen langs 's-heren wegen Hosanna voor’t benzinevee Maar in Bloemendaal -'t mag een wonder heten- Daar valt het, daar valt het slechts mee (volgens sommigen...) refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee 2. In heel het land moet men driftig waken Om niet van de wal in de sloot te raken Om niet van schoonheid slechts steen te maken Gaat niet ieder bouwplan er door Maar in Bloemendaal -'t mag een wonder heten- Daar komt dat dilemma niet voor (volgens sommigen...) refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee De ho-ho-ho-ho-hoogste
lonen O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee 3. In heel het land moet je steeds weer zorgen Dat inspraak niet weer wordt opgeborgen Dat ieder mag meedenken over morgen Want anders dan gaat men z’n gang Maar in Bloemendaal -'t mag een wonder heten- Daar is niemand, niemand echt bang (volgens sommigen...) refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen O, Bloemendaal,
ih-hik doe mee 4. O, Bloemendaal, ik heb veel gezongen In heel het land sprong het uit mijn longen En omdat vruchtbaarheid leidt tot jongen Zong in heel het land ieder mee Zelfs in Bloemendaal -'t mag een wonder heten- Daar zong men, daar zong men gedwee (zongen sommigen...) refrein: De hoogste
duinen, de
hoogste zee De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen O, Bloemendaal, ih-hik doe mee |
9. Noordwijk aan Zee
muziek en tekst: Paul Marselje, Haarlem,
30 juni 1972 BUMA/STEMRA voor Anja Scheuer Ze betoverde mij, maar had daarmee andere bedoelingen dan ik, daar op het strand van Noordwijk aan Zee |
1. Noordwijk aan Zee zag me komen en gaan Op m'n fietsje verdwaald bleef ik daar even staan Het was warm die avond je zag er geen meeuw Ze was daar; ze lachte en ik ben niet van sneeuw 2. Ze ging mee door de
duinen je zag ook geen mens Het strand was verlaten ze had, zei ze, een wens Ze wilde wat praten.... en zo zaten we daar Zij wachtte op het duister en ik wachtte op haar 3. Een vuurtoren
wenkte we zijn verder gegaan Er was ergens muziek en dat stond ons wel aan Een kampvuur verwarmde de avond verdween Het werd kouder, maar ik was God zij dank, niet alleen 4. Ik wilde haar
zoenen ze zei: later als jij Nog zingt, en beroemd wordt dan denk je aan mij En dan kan ik zeggen die jongen nam me eens mee Zo maakte ze zelf een einde aan die avond aan zee 5. Ze heeft nu haar zin ik denk nog wel eens aan haar En dan zing ik dit lied waarin ik Anja bewaar Beroemd werd ik niet echt daar alleen zit ze nog mee Dus werd dit nooit een hit dit lied uit Noordwijk aan Zee |
10. Schoten zal
steeds Schoten heten
Tekst
en muziek: Paul Marselje, 2 juli 2005 BUMA
/ STEMRA naar
aanleiding van de onthulling van het Schoten-naambord bij de randweg langs
de Jan Gijzenvaart op 2 juli 2005 door Haarlems burgemeester Jaap Pop. In 1927 veranderde het dorpje Schoten in de buitenwijk Haarlem-noord. Of toch niet? Ik groeide er op en ik vind het prachtig dat Haarlem-noord tegenwoordig weer Schoten heet. Gun mensen alsjeblieft een eigen identiteit binnen het grote anonieme geheel., |
1. Ik ben er - ooit eens groot geworden Ik heb er vroeger gespeeld Ik stookte - vuren langs het Spaarne Ik heb er dromen gedeeld Schoten was mijn cluppie Al raakte ik geen bal Maar het was - Schoten waar ik woonde Dat telt toch bovenal? refrein (2x, tweede maal samen): Schoten zal steeds Schoten heten Tussen Delft en Spaarne Stad en Slaperdijk Schoten zal steeds Schoten heten Wat Haarlem ook mag willen Schoten is mijn wijk 2. In ‘t zuiden - dommelt groen het Bolwerk In ’t noorden ligt de Slaperdijk Zo tussen - Randweg en het Spaarne Ligt Schoten dromend te kijk De kazerne werd een woonwijk En ‘t klooster werd een buurt Ook al wordt - Schoten niet meer langer Uit heerlijkheid bestuurd: refrein (samen): Schoten zal steeds Schoten heten Tussen Delft en Spaarne Stad en Slaperdijk Schoten zal steeds Schoten heten Wat Haarlem ook mag willen Schoten is mijn wijk 3. De dorpse - rust is er verdwenen Maar toch geniet ik er zeer Van ‘t Schoter - Rechthuis en te Zaanen En ’t Huis ter Kleef ied’re keer Waarom wil ik er wonen? Waarom ben ik er thuis? Dat kan mij - echt niet zoveel schelen Ik vind er graag m’n huis refrein (2x samen): Schoten zal steeds Schoten heten Tussen Delft en Spaarne Stad en Slaperdijk Schoten zal steeds Schoten heten Wat Haarlem ook mag willen Schoten is mijn wijk |
11. An Irishman In Haarlem
from
the CD Yvonne’s Song (2006), music: Paul Marselje, Haarlem (The
Netherlands) July 1993; words: Aidan
Sharkey, Haarlem (The Netherlands) July 1993 BUMA/STEMRA Hoe voelt iemand zich als hij vanuit zijn vertrouwde Ierland in Haarlem komt wonen? Nou, gewoon welkom dus! |
spoken: I came
as a stranger to Haarlem but I
wasn't a stranger for long, for the people
of Haarlem opened their hearts So now
I will sing them this song Sung: 1. It's true that I miss the mountains and
the waves, that crash on the shore and
the plaintive cry in a cloud filled sky of a
raven 'bove rocky
Gweedore It's true that I
miss the river that races it's
way to the sea, as itA tumbles and falls
and rushes and calls on it's journey to the broad estuary and
the Spaarne it doesn't race like
the rivers in far Donegal but
moves so slow with a genteel flow that
looks like no
movement at all but
moves so slow with a genteel flow that
looks like no movement at all 2. But
here I am - in Haarlem town and
don't feel my loss so strong My
tears have dried for the people tried to
make me happy - amid
their throng They like to sit
in a bar and drink and
ta-alk and sing. They raise good cheer
with good Dutch beer for they know: - l'ving is the thing And
when I walk these cobbled streets it's
like being ba-ack in time, for they
built a past, that was made to last and
these streets now
feel like mine, for they
built a past, that was made to last and
these streets now feel like mine 3. So
thanks for being kind to a stranger who
came here from over the sea and
not at all sure, if I could endure a
place that seemed foreign
to me, but the people of
Haarlem opened their hearts so I feel a
stranger no more. They gave to my soul
an entirely new role, on their welcoming,
friendly Dutch shore I came
as a stranger to Haarlem but I
wasn't a stranger for long for the
people of Haarlem opened their hearts So
that's why I've sung them this song for
the people of Haarlem opened their hearts So
that's why I've sung
them this song |
12.
Ramplaankwartier
muziek en tekst: Paul Marselje, 15 mei 1992, 12 uur BUMA/STEMRA Voor de opening van de aanbouw van de
Haarlemse Beatrixschool op 15 mei 1992 Ik woon er al veel meer dan dertig jaar,
dicht bij de duinen en dicht bij de oude binnenstad. Een beetje dorp en een beetje stad. Wat kan een mens nog verder wensen? |
1. In de schaduw van de duinen ligt het dorp er tussen tuinen tussen Blinkert en de stad 't Lijkt of er niets zal verdwijnen of de rust er niet zal kwijnen of de tijd dit dorp vergat Ramplaankwartier, Ramplaankwartier er was hier een moeras en later bleekte linnen hier en maakte adel goede sier 't blijft nooit als het was refrein: Maar wie er komt en wie er gaat zolang als je bestaat heten ze Bijvoet, Groenendijk blijven we nog steeds Thoolen rijk Het wijzigt mondjesmaat 2. In de schaduw van de duinen zie je langzaamaan de tuinen opgaan in de grote stad huizen kwamen, nieuwe mensen nieuwe namen, nieuwe wensen ik vergat het dorp zowat Ramplaankwartier, Ramplaankwartier men bouwde er een school maar wel net als een boerderij een hooischuur kwam er ook nog bij als een ver vervreemd symbool refrein: Maar wie er komt en wie er gaat zolang als je bestaat heten ze Bijvoet, Groenendijk blijven we nog steeds Thoolen rijk Het
wijzigt mondjesmaat 3. In de schaduw van de duinen zie ‘k twee Bavo's boven tuinen bakens van de grote stad Is het dorp een wijk geworden onderdeel van stenen horden Heeft het dorp z'n tijd gehad? Ramplaankwartier, Ramplaankwartier de stad gaat er naar school Maar wel als naar een boerderij de hooischuur kwam er ook nog bij als een ver vervreemd symbool refrein: Maar wie er komt en wie er gaat zolang als je bestaat heten ze Bijvoet, Groenendijk blijven we nog steeds Thoolen rijk Het wijzigt mondjesmaat in een trage regelmaat nog dorp van straat tot straat met de zon op het gelaat.... |
13.
Het anti-wethouderslied
muziek
en tekst: Paul Marselje, Haarlem‑Ramplaankwartier, 1 januari 1991 BUMA/STEMRA Gastbijdrage als wethouder in het nieuwjaarscabaret van de Sector
Gemeentewerken Haarlem 1991 Als wethouder van Haarlem zag ik de ambtenaren binnenkomen met hun plannen en dromen, waar weken over gedacht was. Ik was het er niet altijd mee eens, keurde ze dan af en kon me voorstellen dat ik op zo’n moment dan wel eens gehaat werd. Dat is van alle tijden en alle gemeenten. Misschien biedt dit lied wat troost aan trieste en teleurgestelde ambtenaren en burgers. |
1. O, als ambtenaar heb je wat af te klagen Maar toch: Het overdrijven moet je niet Je hebt immers een baan, En laat de burgers in de waan Dat het voor hèn is wat je uit je koker
giet Al drie jaar zit u te wachten op een antwoord Als het aan mij lag, kreeg u hartstikke gelijk Maar het ligt nog in de kast, van zo'n arrogante kwast Bij zo'n wethouder bent u het aardse slijk refrein: Zonder wethouders werd het pas vrolijk
leven Zonder wethouders, daar kan je van op aan Werd het leven grandioos, openbaring, zorgeloos Zonder wethouders zou alles beter gaan 2. O, als ambtenaar maak je de mooiste plannen Weken zweten op die ene gouden greep Naar de Grote Markt ermee, Voor een paraaf bij je idee Maar door je plannetje zet hij een grote
streep refrein: Zonder
wethouders werd het pas vrolijk leven Zonder wethouders, daar kan je van op aan Werd het leven grandioos, openbaring, zorgeloos Zonder wethouders zou alles beter gaan 3. Kijk daar staat hij het applaus weer op te vangen Ach, hij weet toch vaak niet eens waar
het om draait Je schrijft z'n teksten ied're keer Herstelt z'n fouten telkens weer Hij haalt de krant en jij voelt je
genaaid refrein (2x):
Zonder wethouders werd het pas vrolijk leven Zonder wethouders, daar kan je van op aan Werd het leven grandioos openbaring, zorgeloos Zonder wethouders zou alles beter gaan |
14.
Je bent wel veranderd, Amsterdam
muziek en tekst:
Paul Marselje, Haarlem-Indischestraat, zondag 11 augustus 1974 BUMA/STEMRA geschreven
als inzending voor de liedjescompetitie bij het vermeende 700-jarig bestaan
van de stad Amsterdam in 1975 (in werkelijkheid was dat niet in 1975, maar
is dat pas in 2003). Het
liedje viel niet in de prijzen Amsterdam verandert voortdurend, maar blijft vreemd genoeg toch altijd zichzelf. |
1. Amsterdam, je bent niet meer bark en klippers in de haven Amsterdam, je ziet nooit meer koetsiers
met apies draven En nergens in de stad zie je nog
baaierokken Ver in de Bijlmer woont de Jordaan in
grijze blokken Amsterdam, is er nog vuur in wat mensen van je zingen Je charme lijkt begraven in wat bleef: herinneringen En ergens is één zaak waar je nog zuur kan kopen Wanneer kan iemand rustig nog langs je grachten lopen? refrein: Maar dan opeens staat er zo'n pierement aan 't einde van een steeg en Mokums hart, dat zingt alsof het nimmer zweeg En dan opeens in weer zo 'n bruin café zingt heel de volle zaak een Mokums deuntje mee Je bent wel veranderd, Amsterdam Het maakt me niet uit waardoor het kwam Toch bleef je gein en schuimend bier een haring met uien, ros' vertier Amsterdam, Amsterdam 2. Amsterdam, je werd een stad vol met plastic warenhuizen Je kreeg asfalt op je straat en afval in
je sluizen Voor hoogbouw van beton brak men je oude
botten En wat nog overbleef dreigt nu langzaam
te verrotten Amsterdam, en wat je hoort van't Spui tot aan de haven is Engels, Frans, Japans of Duits, steeds meer zie je er draven met lenzen op hun buik en munten in hun handen Als dat maar zo blijft doorgaan zal geld je nog verbranden refrein: Maar dan opeens staat er zo'n pierement aan 't einde van een steeg en Mokums hart, dat zingt alsof het nimmer zweeg En dan opeens in weer zo 'n bruin café zingt heel de volle zaak een Mokums deuntje mee Je bent wel veranderd, Amsterdam Het maakt me niet uit waardoor het kwam Toch bleef je gein en schuimend bier een haring met uien, ros' vertier Amsterdam, Amsterdam Je bent wel veranderd, Amsterdam Het maakt me niet uit waardoor het kwam Toch bleef je gein en schuimend bier een haring met uien, ros' vertier Amsterdam, Amsterdam |
15. Het
Westelijk Tuinbouwgebied-lied
Tekst
en muziek. Paul Marselje, Haarlem-Ramplaankwartier 5 maart 2005-03-05, 14
uur BUMA/STEMRA Voor
de opening van de tentoonstelling in het ABC Architectuurcentrum Haarlem
(Groot-Heiligland 47) over het Westelijk Tuinbouwgebied zaterdag 5 maart
2005, 15 uur Haarlemmers hebben in de stad niet veel groen, dus moeten ze zuinig zijn op de groene randen van de stad. Eén ervan is het Westelijk Tuinbouwgebied, vlak buiten het dichtbebouwde Haarlem-west. Ik heb voor het behoud ervan met succes gestreden. Maar de dreiging blijft. Ik ook. |
refrein: Het Westelijk Tuinbouwgebied-lied Wie zingt het niet Wie kan zich nog bedwingen? Het Westelijk Tuinbouwgebied-lied Waar je geniet Wie wil daarvan niet zingen? 1. Geef mij terug de glorietijd Van tuindersvlijt en boten vol Met groenten naar een veiling Waaraan de tijd voorbijging Onder de hoge bruggen door Zong men in koor de glorie van De bollen en de groentetuin Zo vlak onder de duinenkruin +refrein 2. Maar er is meer dan tuinderij En ik wordt blij van wat ik vind Het schoonste water van de stad Je raadt het al; waar vindt je dat Een open tuin tegen het duin Een groot fortuin, bescherm het maar Voor stedeling en de natuur Al is de prijs ook nog zo duur +refrein 3. Maar soms klinkt er een and’re deun Een echte dreun vol heipalen En plannen vol van stenen Dat doet Haarlemmers wenen Ze dwalen door de Leidsebuurt Waar dichtheid schuurt in rijen Ze vinden er geen park of groen Waar moet je het dan wel mee doen? +refrein 4. Een weer een ander zingt de lof verdient graag grof aan grondverkoop Dat mag hij dan graag willen Maar mij doet zoiets rillen Zijn plannen lijken wonderschoon Vol groenvertoon en waterpracht Maar steun van ons dat komt er nooit Waarmee hij ook zijn plannen tooit +refrein |
16. De Ballade
van Lange Jaap
muziek
en tekst: Paul Marselje, 16 januari 2005 BUMA
/ STEMRA Voor
het 10-jarig ambtsjubileum van de Haarlemse burgemeester Jaap Pop,
gepubliceerd in de weekendbijlage van Haarlems Dagblad 19 januari 2005 Het is een bijzondere man, die burgemeester Jaap |
1. Laatst liep ik door de Spaarnestad Daar heb ik veel plezier gehad Maar soms ook wel geleden Ik zag zoveel dat anders was En soms vertraagde ik m’n pas Als ik keek naar het heden refrein: Maar gelukkig zag ik Jaap Pop er weer Hij ging met z’n camera flink te keer Bestuurder zonder kiezersmandaat Die hier toch graag zijn sporen laat 2. Nooit zat je aan de and’re kant Je reisde door het hele land Alleen als burgervader Jaap, laat je toch eens kiezen, man Want als een echt gekozene dan Kom je de burger nader refrein: En gelukkig zie ik Jaap Pop steeds weer Hij gaat met z’n camera flink te keer Bestuurder zonder kiezersmandaat Die hier toch graag zijn sporen laat 3. Men noemt je wel eens ‘Lange Jaap’ En waar ik mij soms aan vergaap Zijn inderdaad je tenen Een vulpennenverzamelaar Behalve in de raad want daar Doen Vulpennen je wenen refrein: Maar gelukkig zie ik Jaap Pop steeds weer Hij gaat met z’n camera flink te keer Bestuurder zonder kiezersmandaat Die hier toch graag zijn sporen laat 4. Straks valt het doek, je werk voorbij De ene treurt, dan ander blij Maar wat zijn jouw gedachten? Dat bleef mij bij toen ik daar ging Is wat jij blijft herinnering Wat mag ik straks verwachten? refrein: Of zie ik in Haarlem Jaap Pop straks weer Ga jij dan met je camera nog te keer In onze mooie Spaarnestad Die jou als burgervader had |
17.
Diemen
muziek en tekst: Paul Marselje, 1975 BUMA/STEMRA Geschreven
in opdracht van de Gemeente Diemen voor de viering van het 751-jarig
bestaan van Diemens stadsrechten. Het 750-jarig bestaan had men over het
hoofd gezien, tot een gemeenteambtenaar eind 1974 plotseling de betreffende
akte van de Graven van Holland op de zolder van het stadhuis terugvond. Hoe Diemen zijn grote buur Amsterdam in de schaduw zette. |
1. Diemen doet de
deur dicht door de domste dingen Over één ervan wil ik u nu gaan zingen Over steden, stadjes, stadions en
ambtenarenvlijt En Amsterdam, die grote stad raakte z'n
glorie kwijt Achter Ajax lag een dorp zonder pretenties Tegenover Amsterdam geen vier dimensies Dorpje onder rook van grote broer stilzwijgend verder gaan En buigen voor des Mokums overdreven grootheidswaan refrein: Diemen! De dag dat je trots door je straten kon lopen als burgers met zelfrespect was al gisteren; gisteren boog je nog Vandaag moet het hek van de Dam! 2. Zevenhonderd
jaren Amsterdam leek prachtig O, wat was die oude Amstelstad toch
machtig Zevenhonderd jaar is veel als je er goed
bij stil gaat staan En hoe moet je als Diemenaar dan trots de
straat op gaan? Laat de burgerij maar zwetsen over falen Toen een ambtenaar toevallig wat moest halen Op de zolder ten stadhuizeen een oude akte vond Waarin de leeftijd van het oude Diemen stond refrein: Diemen! De dag dat je trots door je straten kon lopen als burgers met zelfrespect was al gisteren; gisteren boog je nog Vandaag moet het hek van de Dam! 3. Zevenhonderd vijftig jaar, verrek, da's langer Amsterdam z'n moeder was nog lang niet
zwanger Toen men vijftig jaren eerder Diemens
stadsrecht had gebaard Nou, dat was mazzel, ook al was het feest
bijna verjaard Diemen doet de deur dicht door de domste dingen Over één ervan ben ik u nu gaan zingen Over steden, stadjes, stadions en ambtenarenvlijt En Amsterdam, die grote stad raakte z'n glorie kwijt Refrein 2x: Diemen! De dag dat je trots door je straten kon lopen als burgers met zelfrespect was al gisteren; gisteren boog je nog Vandaag moet het hek van de Dam! |
18. Dag Haarlem
tekst: Lennaert Nijgh / muziek: Coby Schreijer
Dit is het enige liedje op deze CD waaraan ik niet heb geschreven. Ik sluit er in Haarlem mijn optredens vaak mee af. Het is een slaapliedje, met één van de eerste teksten van Lennaert Nijgh, op muziek gezet door Coby Schreijer. Zij was in de zestiger jaren van de vorige eeuw gastvrouw in de fameuze Waagtaveerne aan het Spaarne, waar zo veel muziekgeschiedenis geschreven werd. |
refrein: Dag
Haarlem, tot morgen, slaap maar lekker Lourens Coster houdt de wacht Droom van tulpen en narcissen Droom van waterriet en lissen Dag m’n bloemenstad, ik wens je goedenacht Slaap maar lekker, Lourens Coster houdt de wacht 1. Nu de straten zijn verlaten en Haarlem slaapt daarbuiten hoor je zacht de nachtwind
fluiten liedjes van het wijde land De lantaren aan het Spaarne staat samen met de sterren stil te staren naar de verre lichtjes aan de overkant Dan vergeet je weer een beetje de zorgen van het heden Waant je t'rug in het verleden in de tijd van Hildebrand refrein: Dag
Haarlem, tot morgen, slaap maar lekker Lourens Coster houdt de wacht Droom van tulpen en narcissen Droom van waterriet en lissen Dag
m’n bloemenstad, ik wens je goedenacht Slaap maar lekker, Lourens Coster houdt de wacht 2. De Damiaatjes houden praatjes daarboven in de toren Als je luistert kun je horen Ze vertellen elkaar wat De schandaaltjes en verhaaltjes de zorgen en de wensen die ze weten van de mensen daar beneden in de stad En ze luist'ren
naar het fluist'ren van mensen
die beneden doen wat alle mensen deden sedert Adam Eva had refrein: Dag
Haarlem, tot morgen, slaap maar lekker Lourens Coster houdt de wacht Droom van tulpen en narcissen Droom van waterriet en lissen Dag
m’n bloemenstad, ik wens je goedenacht Slaap maar lekker, Lourens Coster houdt de wacht |
19.
Spoor 3a
muziek en
tekst: Paul Marselje, Haarlem-Indischestraat, augustus 1969 BUMA/STEMRA, 23-2-71 Geschreven
nadat ik met collega André Koers een weddenschap was aangegaan. Paul en
André stonden samen op Spoor 3a en keken naar het meisje. André zei dat het
niet mogelijk was over dit meisje, waarmee nooit was gesproken, een heel
liedje te schrijven. Paul dacht van wel. Paul won de weddenschap en kort
daarna ook de 'Tour de Troubadour, een Haarlemse talentenjacht in de
Haarlemse Vishal, met dit liedje. Gerrit den Braber vond het liedje, samen met 'Fictie-vrouwtje’, niet goed genoeg voor Paul’s eerste LP. Hij wilde er twee andere nummers op hebben. besloten werd dat ieder één liedje zou uitkiezen uit de vier overgebleven nummers. Paul koos 'Spoor 3a'. Achteraf was de commerciële afdeling van Phonogram het daar roerend mee eens, waarna de LP zelfs 'Spoor 3a' ging heten. |
1. Ik zag je op een morgen Jij was je niets
bewust
2. Er stonden heel wat mensen Ik stond daar dicht bij jou 3. Je stapte in dezelfde trein Al was er niets te zien 4. Er stond een and're man |
.