Paul Marselje

Denijs van
Hullelaan 30
2015
GN Haarlem HOLLAND
023 – 524
10 28
06 – 10 66
73 84
info@marselje.nl
● home
● korte biografie
● discografie, CD’s
● CD ‘Daar
woon je’
● CD ‘Daar woon je’:
teksten
● CD ‘Daar woon je’:
teksten met akkoorden
● CD ‘Spoor
3a’: teksten
● Spoor 3a: teksten met akkoorden
Daar woon je
19 liedjes met
Haarlem op de voor- of achtergrond (2005)
naar
de verkoopadressen

Spoor 3a
12 luisterliedjes
Philips LP (1973)
nu op CD
naar
het verkoopadres
.
|
CD ‘Daar woon je’
– de teksten
19 liedjes met
Haarlem en omgeving als onderwerp of achtergrond
klik hier voor teksten met gitaarakkoorden
klik hier voor algemene
informatie en verkoopadressen
1.
Daar woon je
muziek en tekst: Paul Marselje, Haarlem,
Paul Krugerstraat, 1973
BUMA/STEMRA
Voor
Jeanette
Als
je verliefd wordt op een Haarlemse wordt je dat ook op Haarlem
|
refrein: Je weet dat ik graag naar Haarlem ga
Want daar woon je
Je weet dat ik graag aan het Spaarne sta
Want daar woon je
1. Je weet, dat ik graag door Haarlem dwaal
Al waait de herfst al z'n oude bomen kaal
Zelfs als regen de dag vergrauwt
De donk're hemel je benauwt
Dan vind ik Haarlem nog steeds mooi
Want daar woon jij
refrein: Je weet dat ik graag naar Haarlem ga
Want daar woon je
Je weet dat ik graag aan het Spaarne sta
Want daar woon je
2. Ied're dag in
je stad vliegt snel voorbij
In augustus, oktober, februari of mei
Als jouw poorten maar open gaan
Wat kan mij daar dan tegen staan?
Dan vind ik Haarlem nog steeds mooi
Want daar woon jij
refrein: Je weet dat ik graag naar Haarlem ga
Want daar woon je
Je weet dat ik graag aan het Spaarne sta
Want daar woon je
3. Als we samen lachen
in een bruin café
En de tijd brengt nieuwe vrienden mee
Dan vertel ik je honderduit
Van 'er was eens' tot 't besluit
Dan vind ik Haarlem nog steeds mooi
Want daar woon jij
Want daar woon jij
|
2.
M'n vader woonde toen in Heemstede
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier, 3 mei 1992, 13.30u
BUMA/STEMRA
Eerste uitvoering in restaurant
Groenendaal te Heemstede 3-5-92, bij de vijf en zeventigste verjaardag van
de weduwe van Rappard
Mijn
vader groeide op in een dorp en kon daar veel en prachtig over vertellen.
|
1. M'n vader woonde toen in
Heemstede
en hij
vertelt ervan
Hij is
een oude man
maar z'n
ogen stralen dan
Een kleine jongen dwaalt door
Heemstede
een dorp onder de Hout
Hij is er ooit getrouwd
M'n vader is al oud
refrein: Maar z'n verhaal is vol van
zonlicht
vol van
kleur en avontuur
En
buiten is het guur
Dus ik
luister graag naar wat hij zegt
met de
zon in z'n gezicht
2. M'n vader woonde toen in Heemstede
Wat er
wachtte wist-ie niet
van
illusie en verdriet
Dat lag
nog in’t verschiet
Hij speelde rond het
Wilhelminaplein
en bij Haarlem in de Hout
In de Hout is het nu koud
M'n vader is al oud
refrein: Maar z'n verhaal is vol van
zonlicht
vol van
kleur en avontuur
En
buiten is het guur
Dus ik
luister graag naar wat hij zegt
met de
zon in z'n gezicht
3. Ik ga soms kijken daar in
Heemstede
maar
zijn dorp zie ik niet meer
al
schijnt de zon er weer
Ik zie
er veel verkeer
En rijen buitenwijken voor
een stad
Het plein is er nog wel
maar niet meer voor een spel
Men rijdt er veel te snel
refrein: Maar z'n verhaal is
vol van zonlicht
vol van
kleur en avontuur
En
buiten is het guur
Dus ik
luister graag naar wat hij zegt
met de
zon in z’n gezicht
|
3.
De Spanjaard in Haarlem (Jerusalem)
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier 22 juni 1994
cursief in couplet 1 en 2: S. Ampzing,
‘Beschrijvinge ende lof der Stad Haerlem’, 1628; cursief in couplet 4: Lennaert Nijgh,
‘Het Spaarne’, 1972
BUMA/STEMRA
protestlied tegen de aanvankelijke
herontwikkelingsplannen voor het Enschedécomplex (Appelaerterrein) aan de
Haarlemse Damstraat
Voor de presentatie van het boek
'Gebakken rat met Beukeblad' van Bies van Ede in herberg 'De drie broden',
aan het Spaarne in Haarlem. De zaak bestaat inmiddels niet meer onder die
naam.
Eens
belegerden de Spanjaarden Haarlem. Wat minder lang geleden kwam de
Spaans/Baskische architect Busquets en bedreigde Haarlem opnieuw met
onzinnige plannen voor de oude binnenstad. Ik gaf er mijn wethouderschap voor op. Maar al
leek het beide keren op een overwinning voor de Spanjaard, alles liep beide
keren toch nog goed af, al was daar wat tijd en narigheid voor nodig.
|
1. Gelyk men 's Spaerens stroom door onze stad siet vlieten
So sag
men 't Spaensche bloed door onse stad vergieten
Bij de zeven molens daar vlak buiten de
Kathrijnenbrug
Buiten de Waterpoort aan ’t Spaarne
strekte Jerusalem de rug
Hij wenkte met z'n wieken schepen vol
met eikebast en graan
Hoog op ronde stenen voet
torende hij in ijd'le waan
Dat hij hij tot aan het eind
der dagen zou bestaan
Maar de stormen kwamen, legers kwamen
Vuur hoog tot de zon
En Jerusalem verbrandde
door wie toch niet won
2. Paerd, hond, kat, rat en muys was wild gebraet geheten
Mout, raep, hennipkoek en wijngaerdblaen
daer by
Ja, een gesouten huyd was spys en leckerny
Zo verging het Haarlem lang geleden
bij het Spaans beleg
Buiten de Waterpoort aan ’t Spaarne
baande Freed'rick zich een weg
Prins en Spanjaard kwamen en
geen enk'le molen bleef er staan
En zo handelt menig krijgsheer
zetelend in ijd'le waan
Dat zijn roem tot na zijn
einde blijft bestaan
Maar de stormen komen, legers komen
Vuur hoog tot de zon
Menig krijgsheer brandde
door wie toch niet won
3. Ik zag de Spanjaard weer
naar Haarlem komen
En van
een nieuw beleg van onze schoonheid dromen
Hij keek
er rond en droomde van
een
nieuwbouw in de oude stad
Van acht
hoog, naast d' oude Baaf,
zo'n
droom had hij nog nooit gehad
Maar poorten gingen los,
men gaf hem voor zijn droom
ruim baan
Hoog ivoor torent de politiek
in meer dan ijd'le waan
Dat zo de roem tot na het
einde blijft bestaan
Maar
stormen komen, burgers komen
Vuur
hoog tot de zon
Menig
wethouder verbrandde
door wie
toch niet won
4. Gelyk men 's Spaerens stroom door onze stad siet vlieten
So sag men 't Spaensche bloed door onse
stad vergieten
Bij de zeven molens daar vlak buiten de
Kathrijnenbrug
Buiten de Waterpoort aan’t Spaarne
strekte Jerusalem de rug
Weinig molens nog aan ’t Spaarne
Slechts de Eenhoorn zie je staan
Van't gemaal spreekt Lennaert Nijgh mij
in zijn woorden zwijgend aan
Dat het Spaarne tot het
einde blijft bestaan:
Het Spaarne stroomt, het Spaarne stroomt,
het Spaarne stroomt voorbij
Enschedé en de taveerne De Drie Broden
Slechts De Drie Broden kunnen mij naar
binnen noden
Het Spaarne stroomt
voorbij
|
4.
Spaarndam, Spaarndam
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier, vrijdag 27 juni 1980, 14 u
BUMA/STEMRA
Spaarndam is een eeuwenoud dorpje, met schitterende
gezichten en talloze verhalen, zoals over die jongen, die met zijn vinger
in de dijk een overstroming zou hebben voorkomen.
In
1971 organiseerden wat Spaarndamse kunstenaars de eerste kunstmarkten op de
Spaarndamse Kolk. Ze vroegen zanger/liedjesschrijver Paul Marselje en
journalist Hans Invernizzi om voor de muziek te zorgen. De kunstmarkten
werden vanaf dat moment een traditie en dat gold ook voor de muzikale
bijdrage van Paul Marselje. In 1980 schreef hij daarom een lied over het
palingdorp. Nog steeds is het iedere zomer meerdere malen op de
kunstmarkten te horen. Er wordt dan vaak goed meegezongen.
Sinds
2008 wordt het liedje nog vaker gebruikt. Het honderdjarige Spaarndams
Gemengd Koor benoemde Paul zijn schepping tot lijflied en liet het
vierstemmig arrangeren. Vanaf dat moment werd ieder optreden er mee
begonnen. Iedere Spaarndammer hoort het uit zijn hoofd te kennen, stond er
in het dorpsorgaan.
Maar ook buiten Spaarndam is het geliefd. Zo is er bijvoorbeeld de
Haarlemse scoutinggroep Vliegende Pijl, waarvan de 'stam' het gebruikt als
onderlinge ringtone op mobiele telefoons. Paul Marselje werd het meest
verrast toen uit Angers (de jumelagestad van Haarlem in Frankrijk) enkele
bewoners bij hem langskwamen en het lied in het Nederlands aanhieven. Na
afloop lieten zij de voor hen fonetisch uitgeschreven tekst zien, waarin
een Nederlander geen Nederlands zou hebben herkend...
|
refrein: Spaarndam, Spaarndam
Vier sluizen en wat huizen
Tussen Spaarne en het IJ
Spaarndam, Spaarndam
Tussen heden en verleden
't Is wel oud, maar niet voorbij
Als je wandelt tussen Oost en West
Als je slentert langs de dijk
Als je bij de Kolk je dorst weer lest
Dan staat veel moois te kijk
Spaarndam, Spaarndam
Tussen Spaarne en het IJ
1. Of het bij Haarlem
of bij Halfweg hoort
't Zal me mooi een zorg zijn
Als ik maar bij de Westkolk zingen kan
Voel ik geen centje pijn
De huizen kijken zwijgend neer
Op de muziektent en 't café
Zolang ik er van zingen kan
Voel ik me best tevrêe
refrein: Spaarndam, Spaarndam
Vier sluizen en wat huizen
Tussen Spaarne en het IJ
Spaarndam, Spaarndam
Tussen heden en verleden
't Is wel oud, maar niet voorbij
Als je wandelt tussen Oost en West
Als je slentert langs de dijk
Als je bij de Kolk je dorst weer lest
Dan staat veel moois te kijk
Spaarndam, Spaarndam
Tussen Spaarne en het IJ
2. Hans Brinkers had
nooit
zilv'ren schaatsen aan
Hij heeft ook nooit een vloed gekeerd
Met slechts één vinger
in een zwakke dijk
Zoals vaak wordt beweerd
maar ook al is het maar een sprookje
Ik deel het aan een ieder mee
Zolang ik er van zingen kan
Voel ik me best tevree
refrein: Spaarndam, Spaarndam
Vier sluizen en wat huizen
Tussen Spaarne en het IJ
Spaarndam, Spaarndam
Tussen heden en verleden
't Is wel oud, maar niet voorbij
Als je wandelt tussen Oost en West
Als je slentert langs de dijk
Als je bij de Kolk je dorst weer lest
Dan staat veel moois te kijk
Spaarndam, Spaarndam
Tussen Spaarne en het IJ
|
5.
Lofzang van een waanzinnige Haarlemmer (Wat is Haarlem mooi)
Muziek en tekst: Paul Marselje
BUMA-STEMRA
Geschreven voor de Haarlemse
D66-gemeenteraadscampagne van 1982
Als
er onzinnige plannen worden gelanceerd kan je wel eens wat cynisch en
ironisch reageren.
|
1. Als ‘k door de
Grote Houtstraat loop
en ik zie het sierplaveisel
Vol kauwgum, friet en and’re troep
En ik kijk 's naar de gevels
Naar posters, stickers, spuitbuskunst
en naar plastic monumenten
Dan schreeuw ik, vol vervoering uit:
Wat kan ‘k nog verder wensen?
refrein: Wat is Haarlem mooi
wat is Haarlem schoon
Wat een stad om in te leven!
Wat een paradijs, waar ik werken mag
'k Zou het nooit weg willen geven!
2. Als ‘k langs de
binnenduinrand rij
En ik zie die oude gronden
En‘k verbeeld me dat daar huizen staan
Die 'k in plannen heb gevonden
Geen uitzicht op die Bavo meer
en vergeet de recreatie
Geef mij maar weer een
nieuwbouwwijk
Zonder interval of spatie
refrein: Wat is Haarlem mooi
wat is Haarlem schoon
Wat een stad om in te leven!
Wat een paradijs, waar ik werken mag
'k Zou het nooit weg willen geven!
3. Als ik straks ooit stadwaarts keer
en ik zie die oude Bavo
weer ingepakt in steigers
Dan zal ik denken: Dat gaat fijn zo
Wordt ie eind'lijk afgebroken?
Meer parkeerplaats voor m'n wagen!
Dan schreeuw ik vol vervoering uit:
De overwinning, die gaat
dagen!
refrein: Wat is Haarlem mooi
wat is Haarlem schoon
Wat een stad om in te leven!
Wat een paradijs, waar ik werken mag
'k Zou het nooit weg willen geven!
Nooit weg willen geven!
|
6.
Yvonne’s Song
van de CD Yvonne’s Song (2006)
Words:
Aidan Sharkey 24-5-1998; music: Paul Marselje 7-11-99
BUMS/STEMRA
Yvonne
Koldewijn was een echte Haarlemse, die jarenlang literaire initiatieven van
de grond trok in de Spaarnestad. Ze kreeg er de legpenning van de gemeente
voor. Haar echtgenoot Aidan Sharkey en Paul Marselje schreven Yvonne’s Song
toen ze wisten dat Yvonne ging overlijden. Bij een grote literaire
manifestatie in 1999 ter ere van het 25-jarig bestaan van Yvonne’s
Literaire Instuif Haarlem en later bij haar crematie zong Paul het voor
haar. Het is geen triest lied, maar een breekbare ode aan een grote liefde.
|
1.
Yvonne, Yvonne
her name is a song
It floats from my lips
and sings on the wind
It shivers and shimmers
like sun on the sea
And puts very simply
she’s all things to me
2. I love her, I like her
my lover, my friend
our love is a walk
on a road with no end
she’s flowers, she’s starlight
she’s spring in the air
and without her I know
life’s not really there
3. Yvonne, Yvonne
moonbeams at night
Yvonne, Yvonne
darkness to light
Blackbirds at dusk
sunrise at dawn
That is the sight and
the sound of Yvonne
4. Yvonne, Yvonne
her name is a song
It floats from my lips
and sings on the wind
It shivers and shimmers
like sun on the sea
And puts very simply
she’s all things to me
|
7.
Kleverpark
muziek en tekst: Paul Marselje,
Haarlem-Ramplaankwartier, 9 maart 1987
BUMA/STEMRA
Voor bevriende leden van de
Winkeliersvereniging Kleverpark
Veel
steden kennen zo’n ideaal wijkje, dommelend vlak buiten de oude binnenstad.
|
1. Soms woon je er je
hele leven lang
Zonder te zeuren, zonder zucht
Zonder te dichten op z'n schoonheid
Zo'n oude buurt zonder gerucht
't Is er niet groot, niet klein, maar groot genoeg
't Is er niet nieuw, ook niet echt oud
Maar als j' er woont dan wil je weten
Dat je van je buurtje houdt
refrein 1: Kleverpark, buiten het Bolwerk
Kleverpark, vergeten wijk
Zonder sensatie, maar met gratie
Zonder veel rijkdom en toch rijk
Het Heilig Hart waakt er verborgen
Over de Deo en het park
En nooit laten zij het zakken
Hun Kleverpark
2. Eens Schoterveen,
Zuid Akendam genoemd
Een vage polder zonder meer
Kwam er een architekt voor tuinen
en plantte er wat huizen neer
Het wijde plein, bedoeld als trambaan eens
Ligt er wat overbodig bij
Ach, stel de vraag: Moet alles nuttig zijn?
Nou dat hoeft echt niet van
mij
refrein 1: Kleverpark, buiten het Bolwerk
Kleverpark, vergeten wijk
Zonder sensatie, maar met gratie
Zonder veel rijkdom en toch rijk
Het Heilig Hart waakt er verborgen
Over de Deo en het park
En nooit laten zij het zakken
Hun Kleverpark
3. Had u gezegd dat ik
ooit zingen zou
Over een buurt als 't Kleverpark
Dan had ik m'n schouders opgehaald
Waarom dan wel het Kleverpark?
Tweeduizend huizen en een ziekenhuis
Twee kerken en een winkelstraat
Maar als j' er woont, dan wil je weten
Waar het jou vooral om gaat
refrein 2: Kleverpark, buiten het Bolwerk
Kleverpark, vergeten wijk
Zonder sensatie, maar met gratie
Zonder veel rijkdom en toch rijk
Het Heilig Hart waakt er verborgen
Over de Deo en het park
En nooit laten zij het zakken
Nee, nooit laten zij het
zakken
Hun Kleverpark
|
8. Bloemendaal
muziek en tekst: Paul Marselje, Haarlem-Ramplaankwartier, maart
1989
BUMA/STEMRA
Voor
het tweede lustrum van de plaatselijke politieke partij Progressief
Bloemendaal
Weinig
problemen daar in Bloemendaal (volgens sommigen).
|
refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee
De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen
O, Bloemendaal,
ik wil in je wonen
O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee
1. In heel het land
valt de zure regen
De ganse
natie krijgt zo z’n zegen
Als dank
voor 't tuffen langs 's-heren wegen
Hosanna
voor’t benzinevee
Maar in Bloemendaal
-'t mag een wonder heten-
Daar valt het, daar valt het
slechts mee (volgens
sommigen...)
refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee
De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen
O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen
O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee
2. In heel het land moet men driftig
waken
Om niet
van de wal in de sloot te raken
Om niet
van schoonheid slechts steen te maken
Gaat
niet ieder bouwplan er door
Maar in Bloemendaal
-'t mag een wonder heten-
Daar komt dat dilemma
niet voor (volgens sommigen...)
refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee
De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen
O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen
O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee
3. In heel het land
moet je steeds weer zorgen
Dat
inspraak niet weer wordt opgeborgen
Dat
ieder mag meedenken over morgen
Want
anders dan gaat men z’n gang
Maar in Bloemendaal
-'t mag een wonder heten-
Daar is niemand, niemand
echt bang (volgens
sommigen...)
refrein: De hoogste
duinen, de hoogste zee
De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen
O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen
O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee
4. O, Bloemendaal, ik heb veel
gezongen
In heel
het land sprong het uit mijn longen
En omdat
vruchtbaarheid leidt tot jongen
Zong in
heel het land ieder mee
Zelfs in Bloemendaal
-'t mag een wonder heten-
Daar zong men, daar zong men
gedwee (zongen sommigen...)
refrein: De hoogste
duinen,
de
hoogste zee
De
ho-ho-ho-ho-hoogste lonen
O,
Bloemendaal, ik wil in je wonen
O,
Bloemendaal, ih-hik doe mee
|
9. Noordwijk aan Zee
muziek en tekst: Paul Marselje, Haarlem,
30 juni 1972
BUMA/STEMRA
voor Anja Scheuer
Ze
betoverde mij, maar had daarmee andere bedoelingen dan ik, daar op het
strand van Noordwijk aan Zee
|
1. Noordwijk aan Zee
zag me komen en gaan
Op m'n fietsje verdwaald
bleef ik daar even staan
Het was warm die avond
je zag er geen meeuw
Ze was daar; ze lachte
en ik ben niet van sneeuw
2. Ze ging mee door de
duinen
je zag ook geen mens
Het strand was verlaten
ze had, zei ze, een wens
Ze wilde wat praten....
en zo zaten we daar
Zij wachtte op het duister
en ik wachtte op haar
3. Een vuurtoren
wenkte
we zijn verder gegaan
Er was ergens muziek
en dat stond ons wel aan
Een kampvuur verwarmde
de avond verdween
Het werd kouder, maar ik was
God zij dank, niet alleen
4. Ik wilde haar
zoenen
ze zei: later als jij
Nog zingt, en beroemd wordt
dan denk je aan mij
En dan kan ik zeggen
die jongen nam me eens mee
Zo maakte ze zelf een einde
aan die avond aan zee
5. Ze heeft nu haar zin
ik denk nog wel eens aan haar
En dan zing ik dit lied
waarin ik Anja bewaar
Beroemd werd ik niet echt
daar alleen zit ze nog mee
Dus werd dit nooit een hit
dit lied uit Noordwijk aan
Zee
|
10. Schoten zal
steeds Schoten heten
Tekst
en muziek: Paul Marselje, 2 juli 2005
BUMA
/ STEMRA
naar aanleiding
van de onthulling van het Schoten-naambord bij de randweg langs de Jan
Gijzenvaart op 2 juli 2005 door Haarlems burgemeester Jaap Pop.
In
1927 veranderde het dorpje Schoten in de buitenwijk Haarlem-noord. Of toch
niet? Ik groeide er op en ik vind het prachtig dat Haarlem-noord
tegenwoordig weer Schoten heet. Gun mensen alsjeblieft een eigen identiteit
binnen het grote anonieme geheel.,
|
1.
Ik ben er - ooit eens groot geworden
Ik heb
er vroeger gespeeld
Ik
stookte - vuren langs het Spaarne
Ik heb
er dromen gedeeld
Schoten was mijn cluppie
Al raakte ik geen bal
Maar het was - Schoten waar
ik woonde
Dat telt toch bovenal?
refrein
(2x, tweede maal samen):
Schoten
zal steeds Schoten heten
Tussen
Delft en Spaarne
Stad en Slaperdijk
Schoten
zal steeds Schoten heten
Wat
Haarlem ook mag willen
Schoten
is mijn wijk
2.
In ‘t zuiden - dommelt groen het Bolwerk
In ’t
noorden ligt de Slaperdijk
Zo tussen
- Randweg en het Spaarne
Ligt
Schoten dromend te kijk
De kazerne werd een woonwijk
En ‘t klooster werd
een buurt
Ook al wordt - Schoten
niet meer langer
Uit heerlijkheid bestuurd:
refrein
(samen):
Schoten
zal steeds Schoten heten
Tussen
Delft en Spaarne
Stad en Slaperdijk
Schoten
zal steeds Schoten heten
Wat
Haarlem ook mag willen
Schoten is
mijn wijk
3.
De dorpse - rust is er verdwenen
Maar toch
geniet ik er zeer
Van ‘t
Schoter - Rechthuis en te Zaanen
En ’t
Huis ter Kleef ied’re keer
Waarom wil ik er wonen?
Waarom ben ik er thuis?
Dat kan mij - echt
niet zoveel schelen
Ik vind er graag m’n huis
refrein
(2x samen):
Schoten
zal steeds Schoten heten
Tussen
Delft en Spaarne
Stad en Slaperdijk
Schoten
zal steeds Schoten heten
Wat Haarlem
ook mag willen
Schoten
is mijn wijk
|
11. An Irishman In Haarlem
from
the CD Yvonne’s Song (2006), music: Paul Marselje, Haarlem (The
Netherlands) July 1993; words: Aidan
Sharkey, Haarlem (The Netherlands) July 1993
BUMA/STEMRA
Hoe
voelt iemand zich als hij vanuit zijn vertrouwde Ierland in Haarlem komt
wonen? Nou, gewoon welkom dus!
|
spoken: I came
as a stranger to Haarlem
but I
wasn't a stranger for long, for the
people
of Haarlem opened their hearts
So now
I will sing them this song
Sung: 1. It's true that I miss the mountains
and
the waves, that crash on the shore
and
the plaintive cry in a cloud filled sky
of a
raven 'bove rocky
Gweedore
It's true that I
miss the river
that races it's way
to the sea, as itA
tumbles and falls
and rushes and calls
on it's journey to the broad estuary
and
the Spaarne it doesn't race
like
the rivers in far Donegal
but
moves so slow with a genteel flow
that
looks like no
movement at all
but
moves so slow with a genteel flow
that
looks like no movement at all
2. But
here I am - in Haarlem town
and
don't feel my loss so strong
My
tears have dried for the people tried
to
make me happy - amid
their throng
They like to sit
in a bar
and drink and ta-alk
and sing. They
raise good cheer
with good Dutch beer
for they know: - l'ving is the thing
And
when I walk these cobbled streets
it's
like being ba-ack in time, for
they
built a past, that was made to last
and
these streets now
feel like mine, for
they
built a past, that was made to last
and
these streets now feel like mine
3. So
thanks for being kind to a stranger
who
came here from over the sea
and
not at all sure, if I could endure
a
place that seemed foreign
to me, but
the people of Haarlem
opened their hearts
so I feel a
stranger no more. They
gave to my soul
an entirely new role, on
their welcoming,
friendly Dutch shore
I came
as a stranger to Haarlem
but I
wasn't a stranger for long
for
the people of Haarlem opened their hearts
So
that's why I've sung them this song
for
the people of Haarlem opened their hearts
So
that's why I've sung
them this song
|
12.
Ramplaankwartier
muziek en tekst: Paul
Marselje, 15 mei 1992, 12 uur
BUMA/STEMRA
Voor de opening van de aanbouw van de
Haarlemse Beatrixschool op 15 mei 1992
Ik woon er al veel meer dan dertig jaar,
dicht bij de duinen en dicht bij de oude binnenstad.
Een
beetje dorp en een beetje stad. Wat kan een mens nog verder wensen?
|
1. In de schaduw van de duinen
ligt het
dorp er tussen tuinen
tussen
Blinkert en de stad
't Lijkt
of er niets zal verdwijnen
of de
rust er niet zal kwijnen
of de
tijd dit dorp vergat
Ramplaankwartier,
Ramplaankwartier
er was hier een moeras
en later bleekte linnen hier
en maakte adel goede sier
't blijft nooit als het was
refrein: Maar wie er komt en wie er
gaat
zolang
als je bestaat
heten ze
Bijvoet, Groenendijk
blijven
we nog steeds Thoolen rijk
Het
wijzigt mondjesmaat
2. In de schaduw van de duinen
zie je
langzaamaan de tuinen
opgaan
in de grote stad
huizen
kwamen, nieuwe mensen
nieuwe
namen, nieuwe wensen
ik vergat
het dorp zowat
Ramplaankwartier,
Ramplaankwartier
men bouwde er een school
maar wel net als een
boerderij
een hooischuur kwam er ook
nog bij
als een ver vervreemd symbool
refrein: Maar wie er komt en wie er
gaat
zolang
als je bestaat
heten ze
Bijvoet, Groenendijk
blijven
we nog steeds Thoolen rijk
Het
wijzigt mondjesmaat
3. In de schaduw van de duinen
zie ‘k
twee Bavo's boven tuinen
bakens
van de grote stad
Is het
dorp een wijk geworden
onderdeel
van stenen horden
Heeft
het dorp z'n tijd gehad?
Ramplaankwartier,
Ramplaankwartier
de stad gaat er naar school
Maar wel als naar een
boerderij
de hooischuur kwam er ook nog
bij
als een ver vervreemd symbool
refrein: Maar wie er komt en wie er
gaat
zolang
als je bestaat
heten ze
Bijvoet, Groenendijk
blijven
we nog steeds Thoolen rijk
Het
wijzigt mondjesmaat
in een trage regelmaat
nog dorp van straat tot
straat
met de zon op het gelaat....
|
13.
Het anti-wethouderslied
muziek
en tekst: Paul Marselje, Haarlem‑Ramplaankwartier, 1 januari 1991
BUMA/STEMRA
Gastbijdrage als wethouder in het nieuwjaarscabaret van de Sector
Gemeentewerken Haarlem 1991
Als
wethouder van Haarlem zag ik de ambtenaren binnenkomen met hun plannen en
dromen, waar weken over gedacht was. Ik was het er niet altijd mee eens,
keurde ze dan af en kon me voorstellen dat ik op zo’n moment dan wel eens
gehaat werd. Dat is van alle tijden en alle gemeenten. Misschien biedt dit
lied wat troost aan trieste en teleurgestelde ambtenaren en burgers.
|
1. O, als ambtenaar heb je wat af te klagen
Maar toch: Het overdrijven moet je niet
Je hebt immers een baan,
En laat de burgers in de waan
Dat het voor hèn is wat je uit je koker
giet
Al drie jaar zit u te wachten op een antwoord
Als het aan mij lag, kreeg u hartstikke gelijk
Maar het ligt nog in de kast,
van zo'n arrogante kwast
Bij zo'n wethouder bent u het aardse slijk
refrein: Zonder wethouders werd het pas vrolijk
leven
Zonder wethouders, daar kan je van op aan
Werd het leven grandioos,
openbaring, zorgeloos
Zonder wethouders zou alles beter gaan
2. O, als ambtenaar maak je de mooiste plannen
Weken zweten op die ene gouden greep
Naar de Grote Markt ermee,
Voor een paraaf bij je idee
Maar door je plannetje zet hij een grote
streep
refrein: Zonder
wethouders werd het pas vrolijk leven
Zonder wethouders, daar kan je van op aan
Werd het leven grandioos,
openbaring, zorgeloos
Zonder wethouders zou alles beter gaan
3. Kijk daar staat hij het applaus weer op te vangen
Ach, hij weet toch vaak niet eens waar
het om draait
Je schrijft z'n teksten ied're keer
Herstelt z'n fouten telkens weer
Hij haalt de krant en jij voelt je
genaaid
refrein (2x):
Zonder wethouders werd het pas vrolijk leven
Zonder wethouders, daar kan je van op aan
Werd het leven grandioos
openbaring, zorgeloos
Zonder wethouders zou alles beter gaan
|
14.
Je bent wel veranderd, Amsterdam
muziek en tekst:
Paul Marselje, Haarlem-Indischestraat, zondag 11 augustus 1974
BUMA/STEMRA
geschreven
als inzending voor de liedjescompetitie bij het vermeende 700-jarig bestaan
van de stad Amsterdam in 1975 (in werkelijkheid was dat niet in 1975, maar
is dat pas in 2003).
Het
liedje viel niet in de prijzen
Amsterdam
verandert voortdurend, maar blijft vreemd genoeg toch altijd zichzelf.
|
1. Amsterdam, je bent niet meer bark en klippers in de haven
Amsterdam, je ziet nooit meer koetsiers
met apies draven
En nergens in de stad zie je nog
baaierokken
Ver in de Bijlmer woont de Jordaan in
grijze blokken
Amsterdam, is er nog vuur in wat mensen van je zingen
Je charme lijkt begraven in wat bleef: herinneringen
En ergens is één zaak waar je nog zuur kan kopen
Wanneer kan iemand rustig nog langs je grachten lopen?
refrein: Maar dan opeens staat er zo'n pierement
aan 't einde van een steeg
en Mokums hart, dat zingt
alsof het nimmer zweeg
En dan opeens
in weer zo 'n bruin café
zingt heel de volle zaak
een Mokums deuntje mee
Je bent wel veranderd, Amsterdam
Het maakt me niet uit waardoor het kwam
Toch bleef je gein en schuimend bier
een haring met uien, ros' vertier
Amsterdam, Amsterdam
2. Amsterdam, je werd een stad vol met plastic warenhuizen
Je kreeg asfalt op je straat en afval in
je sluizen
Voor hoogbouw van beton brak men je oude
botten
En wat nog overbleef dreigt nu langzaam
te verrotten
Amsterdam, en wat je hoort van't Spui tot aan de haven
is Engels, Frans, Japans of Duits, steeds meer zie je er draven
met lenzen op hun buik en munten in hun handen
Als dat maar zo blijft doorgaan zal geld je nog verbranden
refrein: Maar dan opeens
staat er zo'n pierement
aan 't einde van een steeg
en Mokums hart, dat zingt
alsof het nimmer zweeg
En dan opeens
in weer zo 'n bruin café
zingt heel de volle zaak
een Mokums deuntje mee
Je bent wel veranderd, Amsterdam
Het maakt me niet uit
waardoor het kwam
Toch bleef je gein en schuimend bier
een haring met uien, ros' vertier
Amsterdam, Amsterdam
Je bent wel veranderd, Amsterdam
Het maakt me niet uit
waardoor het kwam
Toch bleef je gein en schuimend bier
een haring met uien, ros' vertier
Amsterdam, Amsterdam
|
15. Het
Westelijk Tuinbouwgebied-lied
Tekst
en muziek. Paul Marselje, Haarlem-Ramplaankwartier 5 maart 2005-03-05, 14
uur
BUMA/STEMRA
Voor de
opening van de tentoonstelling in het ABC Architectuurcentrum Haarlem
(Groot-Heiligland 47) over het Westelijk Tuinbouwgebied zaterdag 5 maart
2005, 15 uur
Haarlemmers
hebben in de stad niet veel groen, dus moeten ze zuinig zijn op de groene
randen van de stad. Eén ervan is het Westelijk Tuinbouwgebied, vlak buiten
het dichtbebouwde Haarlem-west. Ik heb voor het behoud ervan met succes
gestreden. Maar de dreiging blijft. Ik ook.
|
refrein:
Het Westelijk Tuinbouwgebied-lied
Wie
zingt het niet
Wie kan
zich nog bedwingen?
Het
Westelijk Tuinbouwgebied-lied
Waar je
geniet
Wie wil
daarvan niet zingen?
1.
Geef mij terug de glorietijd
Van
tuindersvlijt en boten vol
Met
groenten naar een veiling
Waaraan
de tijd voorbijging
Onder de hoge bruggen door
Zong men in koor de glorie
van
De bollen en de groentetuin
Zo vlak onder de duinenkruin +refrein
2.
Maar er is meer dan tuinderij
En ik
wordt blij van wat ik vind
Het
schoonste water van de stad
Je raadt
het al; waar vindt je dat
Een open tuin tegen het duin
Een groot fortuin, bescherm
het maar
Voor stedeling en de natuur
Al is de prijs ook nog zo
duur +refrein
3.
Maar soms klinkt er een and’re deun
Een
echte dreun vol heipalen
En
plannen vol van stenen
Dat doet
Haarlemmers wenen
Ze dwalen door de Leidsebuurt
Waar dichtheid schuurt in
rijen
Ze vinden er geen park of
groen
Waar moet je het dan wel mee
doen? +refrein
4.
Een weer een ander zingt de lof
verdient
graag grof aan grondverkoop
Dat mag
hij dan graag willen
Maar mij
doet zoiets rillen
Zijn plannen lijken
wonderschoon
Vol groenvertoon en
waterpracht
Maar steun van ons dat komt
er nooit
Waarmee hij ook zijn plannen
tooit +refrein
|
16. De Ballade
van Lange Jaap
muziek
en tekst: Paul Marselje, 16 januari 2005
BUMA
/ STEMRA
Voor
het 10-jarig ambtsjubileum van de Haarlemse burgemeester Jaap Pop,
gepubliceerd in de weekendbijlage van Haarlems Dagblad 19 januari 2005
Het
is een bijzondere man, die burgemeester Jaap
|
1.
Laatst liep ik door de Spaarnestad
Daar heb
ik veel plezier gehad
Maar
soms ook wel geleden
Ik zag
zoveel dat anders was
En soms
vertraagde ik m’n pas
Als ik
keek naar het heden
refrein:
Maar gelukkig zag ik Jaap Pop er weer
Hij ging
met z’n camera flink te keer
Bestuurder
zonder kiezersmandaat
Die hier
toch graag zijn sporen laat
2.
Nooit zat je aan de and’re kant
Je
reisde door het hele land
Alleen
als burgervader
Jaap,
laat je toch eens kiezen, man
Want als
een echt gekozene dan
Kom je
de burger nader
refrein:
En gelukkig zie ik Jaap Pop steeds weer
Hij gaat
met z’n camera flink te keer
Bestuurder
zonder kiezersmandaat
Die hier
toch graag zijn sporen laat
3.
Men noemt je wel eens ‘Lange Jaap’
En waar
ik mij soms aan vergaap
Zijn
inderdaad je tenen
Een vulpennenverzamelaar
Behalve
in de raad want daar
Doen
Vulpennen je wenen
refrein:
Maar gelukkig zie ik Jaap Pop steeds weer
Hij gaat
met z’n camera flink te keer
Bestuurder
zonder kiezersmandaat
Die hier
toch graag zijn sporen laat
4.
Straks valt het doek, je werk voorbij
De ene
treurt, dan ander blij
Maar wat
zijn jouw gedachten?
Dat
bleef mij bij toen ik daar ging
Is wat
jij blijft herinnering
Wat mag
ik straks verwachten?
refrein:
Of zie ik in Haarlem Jaap Pop straks weer
Ga jij
dan met je camera nog te keer
In onze
mooie Spaarnestad
Die jou
als burgervader had
|
17.
Diemen
muziek en tekst: Paul Marselje, 1975
BUMA/STEMRA
Geschreven
in opdracht van de Gemeente Diemen voor de viering van het 751-jarig
bestaan van Diemens stadsrechten. Het 750-jarig bestaan had men over het
hoofd gezien, tot een gemeenteambtenaar eind 1974 plotseling de betreffende
akte van de Graven van Holland op de zolder van het stadhuis terugvond.
Hoe
Diemen zijn grote buur Amsterdam in de schaduw zette.
|
1. Diemen doet de
deur dicht door de domste dingen
Over één ervan wil ik u nu gaan zingen
Over steden, stadjes, stadions en
ambtenarenvlijt
En Amsterdam, die grote stad raakte z'n
glorie kwijt
Achter Ajax lag een dorp zonder pretenties
Tegenover Amsterdam geen vier dimensies
Dorpje onder rook van grote broer stilzwijgend verder gaan
En buigen voor des Mokums overdreven grootheidswaan
refrein: Diemen!
De dag dat je trots door je straten
kon lopen als burgers met zelfrespect
was al gisteren; gisteren boog je nog
Vandaag moet het hek van de Dam!
2. Zevenhonderd
jaren Amsterdam leek prachtig
O, wat was die oude Amstelstad toch
machtig
Zevenhonderd jaar is veel als je er goed
bij stil gaat staan
En hoe moet je als Diemenaar dan trots de
straat op gaan?
Laat de burgerij maar zwetsen over falen
Toen een ambtenaar toevallig wat moest halen
Op de zolder ten stadhuizeen een oude akte vond
Waarin de leeftijd van het oude Diemen stond
refrein: Diemen!
De dag dat je trots door je straten
kon lopen als burgers met zelfrespect
was al gisteren; gisteren boog je nog
Vandaag moet het hek van de Dam!
3. Zevenhonderd vijftig jaar, verrek, da's langer
Amsterdam z'n moeder was nog lang niet
zwanger
Toen men vijftig jaren eerder Diemens
stadsrecht had gebaard
Nou, dat was mazzel, ook al was het feest
bijna verjaard
Diemen doet de deur dicht door de domste dingen
Over één ervan ben ik u nu gaan zingen
Over steden, stadjes, stadions en ambtenarenvlijt
En Amsterdam, die grote stad raakte z'n glorie kwijt
Refrein 2x: Diemen!
De dag dat je trots door je straten
kon lopen als burgers met zelfrespect
was al gisteren; gisteren boog je nog
Vandaag moet het hek van de Dam!
|
18. Dag Haarlem
tekst: Lennaert Nijgh / muziek: Coby Schreijer
Dit
is het enige liedje op deze CD waaraan ik niet heb geschreven. Ik sluit er
in Haarlem mijn optredens vaak mee af. Het is een slaapliedje, met één van
de eerste teksten van Lennaert Nijgh, op muziek gezet door Coby Schreijer. Zij
was in de zestiger jaren van de vorige eeuw gastvrouw in de fameuze
Waagtaveerne aan het Spaarne, waar zo veel muziekgeschiedenis geschreven
werd.
|
refrein: Dag
Haarlem, tot morgen,
slaap maar lekker
Lourens Coster houdt de wacht
Droom van tulpen en narcissen
Droom van waterriet en lissen
Dag m’n bloemenstad,
ik wens je goedenacht
Slaap maar lekker,
Lourens Coster houdt de wacht
1. Nu de straten zijn verlaten
en Haarlem slaapt daarbuiten
hoor je zacht de nachtwind
fluiten
liedjes van het wijde land
De lantaren aan het Spaarne
staat samen met de sterren
stil te staren naar de verre
lichtjes aan de overkant
Dan vergeet je weer een beetje
de zorgen van het heden
Waant je t'rug in het verleden
in de tijd van Hildebrand
refrein: Dag
Haarlem, tot morgen,
slaap maar lekker
Lourens Coster houdt de wacht
Droom van tulpen en narcissen
Droom van waterriet en lissen
Dag
m’n bloemenstad,
ik wens je goedenacht
Slaap maar lekker,
Lourens Coster houdt de wacht
2. De Damiaatjes houden praatjes
daarboven in de toren
Als je luistert kun je horen
Ze vertellen elkaar wat
De schandaaltjes en verhaaltjes
de zorgen en de wensen
die ze weten van de mensen
daar beneden in de stad
En ze luist'ren
naar het fluist'ren
van mensen
die beneden
doen wat alle mensen deden
sedert Adam Eva had
refrein: Dag
Haarlem, tot morgen,
slaap maar lekker
Lourens Coster houdt de wacht
Droom van tulpen en narcissen
Droom van waterriet en lissen
Dag
m’n bloemenstad,
ik wens je goedenacht
Slaap maar lekker,
Lourens Coster houdt de wacht
|
19.
Spoor 3a
muziek en
tekst: Paul Marselje, Haarlem-Indischestraat, augustus 1969
BUMA/STEMRA, 23-2-71
Intersong-Basart Publishing Group B.V., 25-4-1972
Geschreven nadat
ik met collega André Koers een weddenschap was aangegaan. Paul en André
stonden samen op Spoor 3a en keken naar het meisje. André zei dat het niet
mogelijk was over dit meisje, waarmee nooit was gesproken, een heel liedje
te schrijven. Paul dacht van wel. Paul won de weddenschap en kort daarna
ook de 'Tour de Troubadour, een Haarlemse talentenjacht in de Haarlemse
Vishal, met dit liedje.
Gerrit den
Braber vond het liedje, samen met 'Fictie-vrouwtje’, niet goed genoeg voor
Paul’s eerste LP. Hij wilde er twee andere nummers op hebben. besloten werd
dat ieder één liedje zou uitkiezen uit de vier overgebleven nummers. Paul
koos 'Spoor 3a'. Achteraf was de commerciële afdeling van Phonogram het
daar roerend mee eens, waarna de LP zelfs 'Spoor 3a' ging heten.
|
1. Ik zag je op een morgen
op het Haarlemse station
als een oase in de sfeer
die hangt op zo'n perron
Jij was je niets
bewust
Je keek niet eens naar mij
De sneltrein naar Parijs
reed denderend voorbij
refrein: Je blonde haar leek schaduwzwart
tegen het licht van de morgenzon
't Was daar bij spoor 3a
dat de dag pas goed begon
2. Er stonden heel wat mensen
maar jij stond daar alleen
Je leek m'n mooiste droom
maar jij keek langs me heen
Ik stond daar dicht bij jou
dat maakte me toen blij
De sneltrein naar Parijs
reed denderend voorbij
+refrein
3. Je stapte in dezelfde trein
kwam zelfs in m'n coupé
Ik voelde me gelukkig
al zei je blik ook 'nee'
Al was er niets te zien
je keek ver in de lucht
Zo ging je ongemerkt
steeds voor me op de vlucht
+refrein
4. Er stond een and're man
op het Amsterdams Centraal
Je zag alleen maar hem
M'n morgen werd toen kaal
+refrein
|
.
|