Marselje Paul 141123-150png - rek tekst web

               

Denys van Hullelaan 30

2015 GN  Haarlem  HOLLAND

023 – 524 10 28

06 – 10 66 73 84

info@marselje.nl

 

.

CD ‘Een ander gezicht’     

 

front

 

Er is een nieuw album van Paul Marselje, de troubadour uit Haarlem. Er werkten bekende vakmensen mee, zoals gitarist Marcel de Groot, bassist Egon Kracht, pianist Peter Schön en producer/technicus JP Exalto. Marselje schreef twaalf van de nummers, een dertiende nummer is een bewerking van een kinderliedje van Nol Ploegmakers en de veertiende vertaalde hij uit het Frans, een lied van Georges Moustaki.

Het is een mix van romantische, beschouwende en vrolijke nummers. Bij veel nummers is een strijkkwartet te horen en er staan twee duetten op, met de Haarlemse zangeres Jolanda Traarbach. Vrijwel alle opnames vonden plaats in de Helmbrekerstudio. De fotografie werd verzorgd door Govert de Roos.

Het was tien jaar geleden dat er een album van Marselje uitkwam, dus was het de hoogste tijd. Paul keek naar zijn honderden liedjes uit de afgelopen decennia, die nog niet opgenomen waren. Sommige van de veertien gekozen nummers zijn ouder en weer andere gloednieuw. Sommige zijn geschreven over vroegere liefdes. Drie van die liefdes waren bij de presentatie aanwezig en hoorden ‘hun’ liedje voor het eerst. Bij het vinden van de drie speelde een zoektocht van KRO’s TV-programma ‘Memories’ een rol.

Het album is te bestellen bij platenwinkels, Bol.com en (goedkoper) via deze site.
Het is te horen op I-Tunes en Spotify.

Verder werkten mee:

·  Marcel de groot (gitaar)

·  Egon Kracht (contra bas)

·  Peter Schön (piano)

·  Jolanda Traarbach (zang)

·  strijkkwartet o.l.v. Egon Kracht; viool: Noortje Braat en Laura Bruggen, altviool: Tom Moonen, cello: Diederik van Dijk

·  Productie: JP (Jan Pieter) Exalto

·  Studio Helmbreker, Haarlem april-mei 2014

·  Haarlem studio’s, november-december 2014

·  mix: Bart van Poppel / JP (Jan Pieter) Exalto

·  mastering: Frans Hendriks

·  fotografie cover: Govert de Roos, fotografie boekje: Paul Marselje

·  visagie: Yolanda Soniga

·  vormgeving: Chris Beresford

 

you tubeTitels

Tekst en muziek: Paul Marselje, behalve 3

1.      Ik zong voor jou  3:37

2.      Yvonne (Soms zing ik zachtjes je naam)  4:42

3.      De zwerver (Le Métèque) (Georges Moustaki/ Paul Marselje) 2 :43

4.      Een ander gezicht  4:02

5.      Ik zou zomaar (langs de kant van de weg willen gaan zitten)  3:28

6.      Ik zou niet kunnen leven (Zonder jou) (met Jolanda Traarbach) 3:33

7.      Fictievrouwtje  3:08

8.      M’n vader woonde toen in Heemstede  3:50

9.      Ik zal je iets geven (met Jolanda Traarbach) 2:25

10.   Marianne  3:45

11.   Misschien wel als de zee  4:16

12.   De bonte harlekijn (Nol Ploegmakers; bewerking Paul Marselje)    2:53

13.   Nooit meer lente  5:14

14.   Vannacht ben je bij mij  4:54

 

Screenshot 2014-04-19 11.16.1914 05 27 Ik zou niet kunnen leven (1c)

 

Dit album zou onmogelijk zijn geweest zonder:

- de grote steun van Liesbeth en Han Bruinse

- de grote gastvrijheid en hulp van Mathijs Ton (Helmbrekerstudio) en Bart van Poppel (Haarlem Studio’s)

- de adviezen van John Oomkes

- het kritisch meeluisteren van gezin en vrienden

 

 

Reacties

Wat een mooie nummers. Ik had een paar keer echt tranen in mijn ogen. Prachtig. Tsja, dat zijn van die momenten dat de tekst en de muziek en de zang samen een lading opbouwen en dan komt het opeens bij een noot, een akkoord, een refrein.... (W.M.S.)

 

De CD al een paar keer beluisterd, het verveeld me niets! Het is prachtig en mooi dat je zoiets maar weer gedaan hebt. (E.Z.)

 

Wauw, dat klinkt goed! Vast een fijne cd om vaak te luisteren (D.R.)

 

“Het zijn gezongen gedichten, poëzie van grote klasse: lyriek van hart tot hart.. ..alles wat ik hier verder over schrijf is te veel.”

Erik van der Leij

 

“Marselje is een rasechte troubadour pur sang. Zijn liedjes zijn doorspekt met nostalgie, heimwee, vreugde, verdriet, liefde, geluk, humor en ironie.”

H Weekblad


Teksten

 

Ik zong voor jou

Tekst en muziek: Paul Marselje

Westerngitaar, akoestische gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Piano: Peter Schön

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Voor Dieneke

 

Het was een zomeravond toen je langs kwam rijden

Jij in je eend en ik reed op mijn fiets

We zongen lang en loom en lachten om de weemoed

Wisten we veel; we wisten eigenlijk niets

‘t Was een zomeravond van wel zeven maanden

Een zonsondergang en opgang tegelijk

‘t Was het begin en einde van het onbestaande

‘k Raakte je kwijt maar was je eigenlijk nooit rijk

 

refrein: Ik zong voor jou, jij zong voor mij

We zeiden niets, we vroegen niets, we bleven vrij

Het was een liefde die dus nooit is uitgesproken

Er kwam geen einde aan en toch ging het voorbij

 

Er was iets in ons waar we liever over zwegen

Onzekerheid of twijfel of zoiets

Niet aan elkaar of aan verliefdheid maar aan kansen

Jij bleef dus in je eend en ik bleef op mijn fiets

‘t Was een zomeravond van wel zeven maanden

Een zonsondergang en opgang tegelijk

‘t Was het begin en einde van het onbestaande

‘k Raakte je kwijt maar was je eigenlijk nooit rijk

 

Ik ben gelukkig en tevreden moet je weten

Het gaat me goed en dat hoop ik van jou

Toch zal ik jou mijn leven niet vergeten

Al is dat echt niet omdat ik nog van je hou

Maar je was goed en lief en ik wil je bewaren

Als een herinnering tot aan mijn laatste uur

Met soms de twijfel of het anders was gelopen

Zonder het zwijgen over liefde, over vuur

 

Het was een zomeravond van wel zeven maanden

Een zonsondergang en opgang tegelijk

‘t Was het begin en einde van het onbestaande

‘k Raakte je kwijt maar ik ben je eigenlijk nog rijk

 


Yvonne (Soms zing ik zachtjes je naam)

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

Vioolsolo: Noortje Braat

 

Voor Rieneke

 

Ik mis je zelden als ik opsta

Je bent verdwenen zonder dat

Ik zeggen kan dat ik lang treurde

Toch zonder dat ik jou vergat

 

refrein: Soms zing ik zachtjes je naam, Yvonne

Soms als ik weer aan je denk

Als ik alleen ben en straten te leeg zijn

Kroegen vervelen en ik een deun aan je schenk

dan neurie ik zachtjes dit lied, Yvonne

al bereikt het je oren ook niet, Yvonne

omdat ik dan weer aan je denk

 

Ik mijmer soms met oude vrienden

Al heb ik niet te gek veel tijd

Over andere oudgedienden

En heimwee, over eenzaamheid

 

Soms als het sneeuwt denk ik aan jou

Omdat ik met je dansen wou

Op dat tapijt van witte bloemen

Maar mocht ik het wel liefde noemen?

 

De lente kwam, de kou verdween

Ik was je kwijt, maar niet alleen

Dat jij meer was dan ik dacht misschien

Heb ik pas later ingezien

 


De zwerver

(Le Métèque)

Tekst en muziek: Georges Moustaki; vertaling: Paul Marselje

Westerngitaar, 12-snarige gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Piano: Peter Schön

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Mijn smoel, mijn onbekende lach

Die je niet kent, maar toch wel zag

Met de vier winden waait mijn haar

Mijn ogen van verdronken wijn

Een droeve dromer zou ik zijn

Maar vergeet mijn dromen maar

Mijn hand is als een stropershand

Ik ben een zwerver, muzikant

Steeds nieuwe liefdes als refrein

Mijn mond die veel gedronken heeft

Die heeft gebeten en geleefd

Voor wie het nooit genoeg zal zijn

 

Mijn smoel, mijn godverlaten kop

verlopen zwerver in de strop

Een zakkenroller, vagebond

Een leven, dat zo zacht begon

Maar hardde in de zomerzon

Daar waar het ooit maar rokken vond

En alles dat mijn hart nog geeft

Is wat het zelf geleden heeft

En ach, mijn prijs is niet te duur

Ik geef mezelf niet zoveel kans

Mijn ziel ontspringt toch nooit de dans

Het wordt nu hel of vagevuur

 

Mijn smoel, mijn onbekende lach

Die je niet kent, maar toch wel zag

Met de vier winden waait mijn haar

Ik kom er aan, zoete slavin

Mijn bron van leven, meer of min

Ik kom en drink je twintig jaar

En dan zal ik je koning zijn

Je dromer of je harlekijn

Aan jou om bij me stil te staan

We maken dan van elke dag

Een eeuwig liefdesdrinkgelag

En drinken tot we sterven gaan

 

We maken dan van elke dag

Een eeuwig liefdesdrinkgelag

En drinken tot we sterven gaan

 


Een ander gezicht

Tekst en muziek: Paul Marselje

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Is dit een droom

Waar klop je aan de deur?

Je zoekt een andere kleur

Je wilt het leven binnen

 

Je raakt weleens

gehuld in rozengeur

En dan weer in mineur

Wanneer mag je beginnen?

 

refrein: Wanneer begint voor ieder kind

Voor ieder mens de weg naar zijn licht?

Wanneer moet je gaan; wanneer blijven staan?

Vind je jezelf in een ander gezicht?

 

Is dit een droom

Wat ligt er op je pad?

Sinds jij je droom betrad

Begeef jij je in duister

 

Je stapt vol schroom

Je gaat je weg omdat

Je ‘t leven niet echt had

Je bent op zoek naar luister

 

De nacht is koud, de slaap is warm

De droom is rijk, het waken arm

 

Wat heeft je naar de deur gebracht

Wie helpt je verder door de nacht?

Wat houdt je leven nu in toom

En voert je door je vreemde droom?

 

Vol tegenslagen, struikelblokken

Ga je weg steeds onverschrokken

Is je vuur al aangestoken?

Is je bloesem al ontloken?

 


Ik zou zomaar (langs de kant van de weg willen gaan zitten)

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

refrein: Ik zou zomaar langs de kant van de weg willen gaan zitten

Een beetje domweg dromen voor me heen

Ik zou zomaar langs de kant van de weg willen gaan zitten

En de mensen losjes groeten één voor één

 

Heeft u voor mij, mevrouw, als ik daar zit een glimlach?

Nam u, meneer, voor mij blije gedachten mee?

En, meneer, geen zorgen als ik alleen afkeer zien mag

Als u dan doorloopt, ben ik min of meer tevrêe

 

Misschien gaf iemand wel aan mij wat losse centen

Nou, dan was die gever vreselijk met zichzelf tevrêe

Daarom zou ik niet zeggen: Ik zit hier geen gebrek te venten.

Neem uw centen dus maar liever met u mee

 

Ik zou al de mensen in die straat eens goed bekijken

Misschien dat één me daar dan om mijn oren slaat

Met een oordeel, zo van: hé zeg, moet je daar eens kijken

Da ‘s tuig, dat niet op eigen benen staat

 

Maar van mij hoefde er eigenlijk niemand langs te komen

Daar op die stoeprand kwam ik eindelijk tot mezelf

Dan zat ik daar, domweg en dwaas wat door de dag te dromen

Tot de avondklok naar huis riep om half elf

 

Ik zou zomaar langs de kant van de weg willen gaan zitten

Maar de mensen zijn jaloers op je geluk

Ik zou zomaar langs de kant van de weg willen gaan zitten

maar de mensen maken dromen meestal stuk

 


Ik zou niet kunnen leven (Zonder jou)

(Duet met Jolanda Traarbach)

Tekst en muziek: Paul Marselje

12-snarige gitaar, elektrische gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Tamboerijn: Bart van Poppel

 

Voor Jeanette

 

Ik zou het kunnen stellen

Zonder wat dwalen door het woud

Zonder de kleuren van de lente

Zonder de herfst, met al zijn goud

Als het moest kon ik overleven

Zonder de geur van mos en hout

Maar ik zou niet kunnen leven zonder jou

 

refrein: Ik kan het overleven

Zonder vrienden, ondanks kou

Maar ik zou niet kunnen leven zonder jou

 

Ik zou het kunnen stellen

Zonder de warmte van de stad

Zonder het lachen van wat vrienden

Zonder de stamkroeg, die ik had

Als het moest kon ik overleven

Zonder de schoonheid, die ‘k aanbad

Maar ik zou niet kunnen leven zonder jou

 

Ik zou het kunnen stellen

Zonder de kansen die ik vraag

‘t Zou me wel moeilijk vallen

Ik verken mijn grenzen graag

Als het moest kon ik overleven

Zonder het recht op iedere vraag

Maar ik zou niet kunnen leven zonder jou

 

Als je wilt mag je beweren

Dat ik blind ben en stokdoof

Dat ik, ondanks al mijn weten,

Me van veel te veel beroof

Maar het is me om het even

Omdat ik in jouw geloof

Want ik zou niet kunnen leven zonder jou

 


Fictievrouwtje

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

 

Dit is een lied van een fictievrouwtje

Ze is niet jong, maar ook geen oudje

Ze is een beetje mooi en teder

Maar ze is fictie, dat is zeker

 

Ze is het vrouwtje van zovelen

Ze kan met elk haar leven delen

Iedere glimlach maakt hen weker

Toch is ze fictie; dat is zeker

 

Hij zocht zijn leven lang de ware

Maar zijn moed was gaan verjaren

Zonder dat hij haar kon vinden

Hij kon niemand aan zich binden

 

Hij kon het eigenlijk wel vergeten

Hij was niet gek, hij kon het weten

Dat geen vrouw hem nog zou willen

Zijn charme was al gaan verstillen

 

Toen schiep hij zich een fictievrouwtje

Ze was niet jong maar ook geen oudje

Ze was een beetje mooi en teder

Ze hield van hem, dat werd wel zeker

 

Ze lag naast hem, zijn hart dat bonkte

Hij veerde op als zij hem lonkte

Zijn fictievrouwtje werd steeds vrijer

en op zijn werk keek hij steeds blijer

 

Een kind kon zij hem nimmer schenken

Daar wilde hij niet graag aan denken

Ze bleef een fictie in zijn leven

En zo’n gedachte deed hem beven

 

Dus bleef hij haar trouw in stilte

Tot hij van haar ging in kilte

Hij liet een boek na vol met woorden

Over de vrouw die hem bekoorde

 

Liedjes voor een fictievrouwtje

Ze was niet jong, maar ook geen oudje

Ze was een beetje mooi en teder

Hij hield van haar, dat is wel zeker

 

Ze is het vrouwtje van zo velen

Ze kan met elk haar leven delen

Iedere glimlach maakt hen weker

Toch is ze fictie, dat is zeker

 


M'n vader woonde toen in Heemstede

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Piano: Peter Schön

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

M’n vader woonde toen in Heemstede

En hij vertelt ervan

Hij is een oude man

Maar zijn ogen stralen dan

Een kleine jongen dwaalt door Heemstede

Een dorp onder de Hout

Hij is er ooit getrouwd

M’n vader is al oud

 

refrein: Maar zijn verhaal is vol van zonlicht

Vol van kleur en avontuur

En buiten is het guur

Dus ik luister graag naar wat hij zegt

Met de zon in zijn gezicht

 

M’n vader woonde toen in Heemstede

Wat er wachtte wist ie niet

Van illusie en verdriet

Dat lag nog in het verschiet

Hij speelde rond het Wilhelminaplein

En bij Haarlem in de Hout

In de Hout is het nu koud

M’n vader is al oud

 

Ik ga soms kijken daar in Heemstede

Maar zijn dorp zie ik niet meer

Al schijnt de zon er weer

Ik zie te veel verkeer

En rijen buitenwijken voor een stad

Het plein is er nog wel

Maar niet meer voor een spel

Men rijdt er veel te snel

Dus ik luister graag naar wat hij zegt

Met de zon op zijn gezicht

Dus ik luister graag naar wat hij zegt

Met de zon in zijn gezicht

 


Ik zal je iets geven

(Duet met Jolanda Traarbach)

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Ik zal je iets geven; je weet nog niet wat

Alvast zeg ik wel dat je ‘t nimmer bezat

Ik zal je iets geven en wat het zal zijn?

Ach, maakt het je uit of het groot is of klein?

 

refrein: Ik zal je iets geven en waarom aan jou?

Gewoon, moet je weten, omdat ik van je hou

 

Ik zal je iets geven en vraag niet aan mij

Waaraan je ’t verdiende; mijn geven staat vrij

Ik zal je iets geven van wat ik bezit

‘t Is alles het mijne; daarvan geef ik je dit

 

Ik zal je iets geven omdat ik je vroeg

Van me te houden wat of ik ook droeg

Ik zal je iets geven omdat je dat deed

Omdat jij van liefde het voordeel niet meet

 

Ik zal je iets geven niet groot en niet klein

Ik zal nu voor altijd heel dicht bij je zijn

 


Marianne

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Piano: Peter Schön

 

Marianne, weet je wat ik me bedacht?

Ik liep weer langs de school en ik zong zacht

De liedjes uit die jaren

Toen Ik kennis moest vergaren

Marianne, weet je wat je hebt gevoeld?

Weet je wat je werkelijk hebt bedoeld?

Wat ervan was spelen

Om in de droom te delen?

 

refrein: O, Marianne, die tijd is nu voorbij

Marianne, die tijd is nu voorbij

Een paar jaar tussen kind en vrouw

Een droom, een droom vergeet je gauw

Je bent ontwaakt en opgestaan

Hebben je dromen afgedaan?

 

Marianne, weet je nog wat je toen wou?

Je zei dat je straks anders worden zou

Maar idealen slijten

Kan ik je dat verwijten?

Marianne, en je spandoek voor de school

Waar je toen de vrede op bevool

Die vrede is nooit gekomen

Hoelang bleef je er van dromen?

 

Marianne, heel de dag dacht ik aan jou

Wist ik veel, dat het anders worden zou

Ik wou je echt ontdekken

Ik wou je ‘s morgens wekken

Marianne, al die jaren aan de zee

Neem ik in mijn herinneringen mee

Je zal me dierbaar blijven

Je laat me dit nog schrijven

 

Marianne, dat is wat ik me bedacht

 


Misschien wel als de zee

Tekst en muziek Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Voor Riet

 

Ik zong een liedje van duizend jaar geleden

Nou ja, zo leek het, wel duizend jaren oud

Ik had sindsdien zoveel liedjes geschreven

Zoveel huizen van een melodie gebouwd

Het was een liedje van de toekomst en van kansen

Zoveel te doen, zoveel te winnen, zoveel goud

Kijk niet veel om, want wie dat doet die zal straks struikelen

Mijn liedje was uit toekomststenen opgebouwd

 

Ik kwam haar tegen een hele tijd geleden

En ze vroeg, “Mag ik vanavond met je mee?”

Ze had van die mooie, grote, droeve ogen

Zo groot als meren, misschien wel als de zee

 

En ik verdronk er in, ik was hopeloos verloren

Er was geen redden aan, een hopeloze strijd

Er zijn soms tijden. die je zomaar kunt vergeten

Maar die ontmoeting, die raak ik nooit meer kwijt

We dwaalden samen door eeuwenoude steden

We zongen samen het eeuwenoude lied

Van twee geliefden, die een reis willen beginnen

Maar die geliefden, die kenden het reisdoel niet

 

En ze verdwaalden tussen torenhoge bomen

En ze raakten in dat liedje elkaar kwijt

Zo ging het ook met ons, je kan wel blijven dromen

Maar mijn liefde, die werd minder met de tijd

 

Ze zei: “Met jou wilde ik alles vergeten

Opnieuw beginnen aan een levenslange tocht

Waarom zijn we niet voor elkaar geboren?

Jij was waar ik zolang naar had gezocht

Want je zong voor mij een liedje over kansen

zoveel te doen, zoveel te winnen, zoveel goud

Kijk niet veel om, want wie dat doet die zal straks struikelen

Je liedje was uit toekomststenen opgebouwd.”

 

Ik kwam haar tegen een hele tijd geleden

En ze vroeg, “Mag ik vanavond met je mee?”

Ze had van die mooie, grote, droeve ogen

Zo groot als meren, misschien wel als de zee

 

Ik zong dat liedje weer van duizend jaar geleden

Nou ja, zo leek het, wel duizend jaren oud

Ik had sindsdien zoveel liedjes geschreven

Zoveel huizen van een melodie gebouwd

Ik had het lied die duizend jaar niet meer gezongen

Misschien omdat het teveel hoorde bij die tijd

Toen ik vertrok bij haar en bij haar mooie ogen

Raakte ik plotseling de tekst en noten kwijt

 

Maar ik zong het weer, zo had ik nog nooit gezongen

En de mensen riepen: “Zing het nog een keer!”

Ze kwam en zei: “Je bent me niet vergeten”

Sindsdien geloof ik in het toeval nimmer meer

Ze stond weer voor me, wie had dat kunnen denken?

En ze vroeg, “Mag ik vanavond met je mee?”

Ze had nog steeds van die grote, droeve ogen

Zo groot als meren, misschien wel als de zee

 


De bonte harlekijn

Tekst en muziek: (Nol Ploegmakers; bewerking Paul Marselje) 

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Koortje: Jolanda Traarbach, Egon Kracht, Paul Marselje

Harmonium: Bart van Poppel

 

Ga mee naar ‘t land van marsepein

Waar alle dingen eetbaar zijn

Waar suikervogels kwinkeleren

In zoethoutbomen, met nogaperen

 

refrein: Volg de bonte harlekijn

(De bonte harlekijn)

Volg de bonte harlekijn

 

Stap over de beek met appelsap

We gaan met de harlekijn op stap

In de wei met kauwgomkoeien

Daar zie je toffeebloemen bloeien

 

Achter een fontein vol limonade

Slaat een speculaaspop je gade

Daar zie je in de wind staan dromen

Bossen vol met lollybomen

 

Over paden van druivensuiker

Dwars door dichte dropveterstruiken

Over pindarotsen en nogabrokken

Ligt het land vol marsepein te lokken

 

En als je niet gelooft in mij

Of in mijn land vol lekkernij

Vraag dan niet hoe ik je zie:

Je hebt totaal geen fantasie

 


Nooit meer lente

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Hoe kan opa aan zijn kleinkinderen vertellen

Een liedje uit een lang vervlogen tijd

Toen de meesten het woordje vrede

nog maar nauwelijks konden spellen

Ze waren hun geloof er in haast kwijt

Opa loopt nu langs een laan waar bomen bloeien

Met zijn kleinzoon; de lente breekt net aan

Dit is de tijd waarin mooie liefdes groeien

Maar voor opa heeft de lente afgedaan

Op die laan met hoge bomen stierven mensen

Zomaar mensen, zonder misdaad, niets misdaan

Het laatste wat ze zagen was de lente

Dus voor opa kan geen lente meer bestaan

 

refrein: Nooit meer lente, nooit meer lente

Aan het einde van de laan  

Staat een beeldje stil en klein

Van een man die heel verbaasd

Een weerloos slachtoffer ging zijn

Nooit meer lente

Sinds opa keek; sinds opa ’t zag

Nooit meer lente

 

Hoe kan opa het aan zijn kleinkinderen vertellen

Van de strijd, die in zijn kindertijd bestond

Toen de meesten het woordje vrede

Nog maar nauwelijks konden spellen

Langs de laan lagen de doden op de grond

En nog altijd zijn er landen zonder vrede

Is er een kind dat wandelt langs een laan

En mensen zonder recht en zonder rede

Ziet sterven voor tirannen of een vaan

En jaren later zullen daar ook bomen bloeien

Maar niet voor hem, sinds de boze droom begon

Hoe moet hij aan zijn kleinkinderen vertellen

Over het einde van de onschuld en de zon

 

Hoe kan opa aan zijn kleinkinderen vertellen

Een liedje uit een lang vervlogen tijd

Toen de meesten het woordje vrede

Nog maar nauwelijks konden spellen

Ze waren hun geloof er in haast kwijt

En ik? Ik ken alleen de vrede       

Ik ken de lente slechts als een machtig feest

Ik zal oorlog nooit echt gaan begrijpen

Om dat ik nooit mijn opa ben geweest

Ik loop over een laan waar bomen bloeien

Ik vier de lente zoals iedere keer

En ik weet dat mijn opa dat wel goed vind

Hij gunt het me, maar voor hem hoeft het niet meer

 

Nooit meer lente

Nooit meer

 


Vannacht ben je bij mij

Tekst en muziek: Paul Marselje

Gitaar: Marcel de Groot

Contrabas: Egon Kracht

Strijkers o.l.v. Egon Kracht

 

Ik was allang vergeten

Dat jij er ook nog bent

Ik was je stem vergeten

En ook je naam ontwent

Er is hier veel veranderd

Zoveel hielp daaraan mee

Zeg, ben jij nog dezelfde

Vertel je ach en wee

 

refrein: En laat je denken horen

Laat je gedachten vrij

Vanavond lijkt als vroeger

Vandaag ben je bij mij

Vandaag lijkt net als vroeger

Vannacht ben je bij mij

 

We hadden zoveel samen

Toch raakte ik je kwijt

Het is niet opgevallen

Er was geen grond voor spijt

Als wij nu samenkomen

En jij denkt met me mee

Ben jij dan nog dezelfde

Vertel je ach en wee

 

Er is zoveel veranderd

De tijd stond zelden stil

Er is zoveel veranderd

Veel meer dan ik soms wil

Zoveel zal je nooit weten

Zoveel maakte ik mee

Dat ik een ander mens werd

Met al zijn ach en wee

 

Laat je denken horen

Laat je gedachten vrij

Vanavond lijkt als vroeger

Vandaag ben je bij mij

Al wordt het nooit als vroeger

Vandaag ben je bij mij

Al wordt het nooit als vroeger

Vannacht ben je bij mij